De pop Bolesław Prus Polen
Wat Flauberts Madame Bovary is voor de Franse en Tolstojs Anna Karenina voor de Russische is De pop voor de Poolse literatuur. Velen beschouwen De pop van Bolesław Prus als de grootste Poolse roman van de negentiende eeuw - of van alle tijden. Opvallend genoeg, werd Prus’ tweede roman aanvankelijk in literaire kringen nauwelijks gewaardeerd.
De pop verscheen van september 1887 tot maart 1889 als feuilleton in de Kurier Codzienny; de 228 afleveringen werden een jaar later, in 1890, gepubliceerd in boekvorm. Op dat moment stonden schrijvers als de latere Nobelprijswinnaar Henryk Sienkiewicz en Eliza Orzeszkowa in hoger aanzien dan Prus met zijn ‘verleden’ als humorist en journalist. In de eerste kritieken werd bezwaar gemaakt tegen de ‘chaotische compositie’ van de roman en werd de schrijver verweten te zeer oog te hebben voor detail. Maar juist de rijkdom aan realistische details en de simpele, functionele taal gecombineerd met Prus’ subtiele humor, maken het lezen van deze roman tot zo’n ongelooflijk genoegen. Ook nu nog. Dan mag de handeling zich afspelen in de tweede helft van de negentiende eeuw, de onderwerpen - liefde en deceptie, ambitie en vriendschap, succes en faillissement - zijn tijdloos. De heldere verteltrant en de sprankelende dialogen hebben niets aan levendigheid ingeboet, terwijl de stijl van de roman in al zijn eenvoud bijna transparant is. Geen enkel personage uit de Poolse literatuur spreekt bovendien zo tot de verbeelding als de hoofdpersoon uit De pop, Stanisław Wokulski. In de ogen van veel lezers is hij een mens van vlees en bloed geworden. In Warschau bevindt zich zelfs een gedenkplaat met daarop de tekst: ‘In dit huis woonde in de jaren 1878-1879 Stanisław Wokulski, een personage tot leven gebracht door Bolesław Prus in de roman getiteld De pop. Deelnemer aan de opstand van 1863, voormalig Siberisch balling, voormalig koopman en ingezetene van de hoofdstad Warschau. Filantroop en geleerde, geboren in 1832.’
Polen raakte aan het eind van de 18e eeuw - in drie fases - verdeeld tussen Rusland, Oostenrijk-Hongarije en Pruisen. In de eerste helft van de 19e eeuw zorgde Napoleon er nog wel voor dat Warschau een speciale status kreeg, maar die werd vrij snel teniet gedaan door de bezettende machten. Daarmee bestond Polen van 1795 tot 1918 feitelijk niet. Precies in de periode dat in Europa de idee van de natiestaat opkwam en het economische, sociale en culturele leven hierdoor gedomineerd werd. Alle Poolse ideële bewegingen hangen daardoor samen met de natie die er niet is:
De romantici in de eerste helft van de eeuw juichen de idee van een Poolse identiteit toe en bewonderen Napoleon. De positivisten in de tweede helft van de eeuw geloven dat Polen op de kaart komt - letterlijk - als Polen zich op het gebied van de wetenschap internationaal weet te profileren. Het komt tot twee opstanden - 1830 en 1863 - tegen Rusland waarvan zeker de tweede vanaf het begin kansloos is.
Boleslaw Prus, wiens ouders al vroeg overlijden, is 16 jaar oud als hij samen met zijn oudere broer in de opstand van 1863 mee vecht. Prus blijft bewusteloos achter op het slagveld en belandt voor enkele maanden in de gevangenis. Men zegt dat hij aan de opstand zijn levenslange pleinvrees heeft overgehouden.
Wokulski, Rzecki en Ochocki
De roman speelt zich af in een korte periode van zo’n anderhalf jaar. Maar via terugblikken en dagboekfragmenten komt een rijk spectrum van de Poolse 19e eeuw naar voren. Stanisław of Staś Wokulski, zoals hij in de roman ook wordt genoemd, net als zijn auteur Prus afkomstig uit een verpauperde adellijke familie, begint zijn carrière als onderbetaalde bediende in een Warschaus wijnhuis. Hij leeft het leven van een asceet en droomt ervan grote wetenschappelijke ontdekkingen te doen. Overdag werkt hij in de winkel en ‘s avonds in een restaurant, ‘s nachts studeert hij. Totdat hij, net als zijn literaire schepper, zich aanmeldt voor de opstand van 1863 tegen de Russische bezetter. Het leidt ertoe dat Wokulski voor enkele jaren naar Irkoetsk in Siberië verbannen wordt. Na zijn terugkeer in Warschau gaat hij werken in de fourniturenwinkel van de weduwe Mincl, met wie hij tot veler verbazing trouwt. Na haar dood vier jaar later wordt Staś eigenaar van de winkel, die vervolgens uitgroeit tot een bloeiende zaak. Dat is echter vooral de verdienste van zijn plaatsvervanger en grote vriend, de oude klerk Ignacy Rzecki.
Ignacy Rzecki was al in dienst bij de firma Mincl voordat Wokulski er kwam werken en vertegenwoordigt in deze roman het Polen dat langzaam aan het verdwijnen is en waarvan Wokulski (net als Prus zelf) eigenlijk zo’n afkeer heeft. Rzecki is afkomstig uit het Warschause volk van ambachtslieden, ambtenaren en kleinburgers. Hij leeft op de herinneringen aan zijn jeugd, aan zijn heroïsche deelname aan de woelige gebeurtenissen dertig jaar daarvoor in Europa. De romanticus pur sang Rzecki was in 1848 samen met zijn vriend Katz naar Hongarije getrokken om zich aldaar te scharen onder het vaandel der revolutionairen. Hevig ontroerd beschrijft hij in zijn dagboek de veldslagen van weleer en noemt zijn dramatische lotgevallen indertijd de mooiste momenten uit zijn leven. Voor Rzecki is de hele kwestie van de vrijheid in Europa verbonden met de naam Napoleon Bonaparte. De Hongaarse revolutie gaf nieuwe hoop op omverwerping van het reactionaire systeem dat na de val van Napoleon had gezegevierd. Rzecki heeft die hoop nooit opgegeven en is altijd blijven vertrouwen op de Bonapartes die, zo verwacht hij, een beslissende rol zullen gaan spelen in het aanstaande herstel van Polens onafhankelijkheid. Dagelijks leest hij de krant en overal ziet hij tekenen dat ‘het’ is begonnen. Prus heeft Rzecki, deze bescheiden verkondiger van grote zaken, deze schuchtere liefhebber van vrouwen, al te verlegen om wanneer dan ook zijn gevoelens te uiten, tot het meest innemende en grappige personage van de roman gemaakt. Binnen de roman leren we deze klerk kennen via zijn dagboek, waarin hij niet alleen zijn eigen, geheel in het teken van zijn liefde voor de Bonapartes staande jeugd beschrijft, maar tevens die van de man die hij naast Napoleon het meest van allen liefheeft en bewondert: Staś Wokulski. Dankzij dit ingevoegde Dagboek van een oude klerk kent De pop twee parallelle verhaallijnen: de ene doet verslag van de gebeurtenissen welke plaatsvinden in de jaren 1878-1879, de feitelijke tijd van handeling van de roman; de andere brengt de lezer via allerlei uitweidingen terug naar het verleden, met name naar de napoleontische tijd en het revolutiejaar 1848.
Hoeveel personages De pop ook telt, hoe verscheiden de maatschappelijke lagen waaruit ze voortkomen, hoezeer hun mentaliteit en levensbeschouwing ook verschillen, altijd zijn ze verbonden met deze twee centrale personages, die beiden tot een geheel andere generatie horen. Maar Prus laat in zijn roman nog een derde generatie aan het woord en de woordvoerder daarvan is Julian Ochocki. Hem zou je kunnen karakteriseren als de idealist van de wetenschap. Ook hij is afkomstig uit de aristocratie, maar hij lapt de gewoontes en plichten van de adellijke bovenlaag aan zijn laars en heeft lak aan etiquette. Hij is een man van de toekomst, een jonge, getalenteerde wetenschapper met twee diploma’s op zak die zijn leven wil wijden aan de wetenschap. ‘Ach, waar ik mij zo al niet mee bezighoud?! Fysica, chemie, technologie. Ik houd me overal mee bezig: ik lees en werk dag en nacht, maar ik… doe niks.’ Ochocki heeft enige uitvindingen op zijn naam staan, maar zijn grootste droom is het construeren van een machine die kan vliegen. Hij is er van doordrongen dat hij, om zich volledig aan zijn passie te kunnen wijden, om iets groots te kunnen bewerkstelligen, zal moeten afzien van een persoonlijk leven, een gezin, de liefde. En dat heeft hij er dan ook voor over. Hij verlaat zijn land, omdat de beklemmende maatschappelijke en politieke omstandigheden hem het werken onmogelijk maken, en vertrekt naar Parijs, in de hoop daar zijn - utopische - wetenschappelijke dromen te realiseren. Is het vreemd dat hij daar juist in Wokulski een medestander gaat zien, iemand die hem kan helpen zijn ultieme droom te verwezenlijken?
Het menselijk landschap van Wokulski
Wanneer Wokulski over voldoende kapitaal beschikt, gaat hij in zee met de Russische koopman Suzin die hij tijdens zijn gedwongen verblijf in Rusland heeft leren kennen. Tijdens de Turks-Russische oorlog reizen de twee naar Bulgarije, waar Wokulski fortuin maakt met wapenleveranties aan de Russen. Hoewel hij en zijn Russische compagnon zich inlaten met allesbehalve onschuldige en risicoloze financiële operaties lijkt Wokulski door de andere romanpersonages te worden gezien als een hardwerkend, nuchter, weliswaar berekenend maar nuttig lid van de samenleving (ook al verricht hij zijn inspanningen curieus genoeg ten gunste van de bezetter). Hij zegt ook van zichzelf dat hij de samenleving wil dienen, desnoods door het offer van zijn eigen leven, maar hij twijfelt soms of het wel de moeite waard is zijn leven te geven voor mensen die hem verachten en de spot met hem drijven. Want Staś Wokulski’s zakelijke bemoeienissen en zijn inzet voor de minder bedeelden en de zwakkeren in de samenleving worden niet of verkeerd begrepen. Zijn vrijgevigheid wordt uitgelegd als een middel om indruk te maken en zijn zuiver economische manier van redeneren als inhaligheid. Ondanks zijn gedeeltelijk pragmatische, positivistische en sociaal bewogen levenswandel is Wokulski diep in zijn hart een romanticus, een man die droomt van een ander, groots leven. En het is dit in hem belichaamde conflict tussen romantische en positivistische idealen, dat uiteindelijk tot zijn ondergang leidt. Hij mag dan door kapitaal aanzien verwerven, het is hem niet om het kapitaal zelf noch om het aanzien te doen, nee, zijn handelswijze heeft een ander doel: hij is er namelijk van overtuigd dat dit de enige manier is om in de gunst te komen van de beeldschone, koele aristocrate Izabela Łęcka, op wie hij hevig maar hopeloos verliefd is. Izabela lijkt niet onder de indruk van de koopman met de grote rode handen, een vertegenwoordiger van de lagere kringen. Het is duidelijk dat Wokulski, wil hij deze vrouw veroveren, zijn ‘simpele’ levensstijl moet opgeven. Hij begint naar het theater te gaan en bezoekt de aristocratische salons, geeft geld uit aan cadeaus en bloemen. Hij gaat door met het vermeerderen van zijn vermogen om Tomasz Łęcki, de vader van Izabela, de helpende hand te bieden. De man is zo goed als bankroet en houdt alleen nog de schijn van rijkdom op. Om nog meer indruk te maken op Izabela helpt Wokulski niet alleen haar vader, maar brengt ook anderen uit haar milieu zover dat ze in zijn handel met Rusland gaan investeren. Deze flirt met de aristocratie komt hem op scheve blikken bij zijn collega-zakenlieden te staan.
Een keerpunt in de roman vormt het demonstratieve vertrek van Wokulski naar Parijs. Zogenaamd voor zaken, maar in feite om los te komen van zijn gevoelens voor Izabela en om haar misschien wel te vergeten. Hier wordt hij overrompeld door de alom aanwezige vooruitgang, de bloeiende industrie en de koortsachtige ijver waarmee in het Westen wordt gewerkt en waar het in zijn eigen land zo deerlijk aan ontbreekt. In Parijs ontmoet hij de oude, miskende geleerde Geist, die een heel bijzondere ontdekking heeft gedaan. Hij kan namelijk metaal vervaardigen dat lichter is dan lucht. In de handen van de juiste mensen, zo meent Wokulski, kan deze uitvinding worden aangewend om het leven van de mensheid te verbeteren en universeel geluk en vrede te brengen. Wokulski wordt in Parijs verscheurd door twijfel en hij weet niet wat hij moet doen: of terugkeren naar zijn liefde voor Izabela of zich in Parijs vestigen en zijn vermogen aanwenden om Geists uitvinding te vervolmaken en Ochocki te helpen zijn ultieme droom te verwezenlijken.
Prus’ roman is meer dan een liefdesroman, alleen al door de tweede verhaallijn die in het Dagboek van een oude klerk een uitgebreide uiteenzetting geeft van het gedachtegoed van ‘een van de laatste der romantici’. Prus ontmythologiseert zowel de romantische als de positivistische idealen, die afzonderlijk maar ook in een ongezonde symbiose (in de persoon van Stanisław Wokulski) de geestesgesteldheid van de Poolse samenleving op het eind van de negentiende eeuw in zijn ogen zo kwalijk beïnvloedden. En hij doet dat als een chroniqueur van alledag tegen de achtergrond van een uiterst gedetailleerd beschreven negentiende-eeuws Warschau, waarmee hij zich zo sterk verbonden voelde en dat hij vanwege zijn pleinvrees nauwelijks verliet, waardoor De pop ook leest als een typische ‘stadsroman’.
Het slagveld van de ideologie
Als je de veelzijdigheid van De pop in aanmerking neemt heeft Prus’ meesterwerk maar een weinigzeggende titel. Deze verwijst naar een anekdote in de roman, waarin sprake is van een curieus proces over een vermeend gestolen pop. Prus had in een Warschause krant over zo’n incident gelezen en spontaan besloten zijn ongenoegen over de onrechtvaardige rechtsgang en zijn sympathie voor de gewaande dievegge aldus te ‘verwoorden’. Uiteindelijk een onbedoeld misleidende keuze. Het gros van de lezers ziet in de titel een verwijzing naar en een oordeel over de weliswaar mooie, maar hautaine aristocrate Izabela Łęcka. Zelfs de zinspeling op het opdraai speelgoed en de poppen waar de oude klerk Ignacy Rzecki in zijn vrije tijd naar zit te staren is niet als zodanig door de schrijver bedoeld, ook al zou de lezer hier het woord ‘pop’ een wat ruimere betekenis geven en lezen als ‘marionet’. Ook tegen deze laatste uitleg van de titel heeft de auteur altijd bezwaar gemaakt, omdat een dergelijke verklaring veel te eenduidig zou zijn. Nee, Prus was aanvankelijk van plan zijn roman Drie generaties te noemen, in elk geval een minder eendimensionale titel die de lading beter lijkt te dekken.
Zelf noemt Prus in een commentaar op zijn roman het thema van De pop: ‘het voorstellen van onze Poolse idealisten tegen de achtergrond van het maatschappelijk verval’. Hij onderscheidt drie ‘types’ en spreekt dientengevolge van drie generaties die elk een andere vorm van idealisme vertegenwoordigen: het politieke, voornamelijk romantische idealisme van de klerk Ignacy Rzecki dat de oude generatie kenmerkt, het wetenschappelijke, al lang niet meer romantische maar positivistische idealisme van de jonge bevlogen uitvinder Julian Ochocki, een vertegenwoordiger van de nieuwe generatie, en het complexe idealisme van de veertiger Stanisław Wokulski, die behoort tot de overgangsgeneratie tussen de twee. Het zijn deze drie generaties die Bolesław Prus in De pop afzet tegen zowel de door hypocrisie gemaskeerde onverschilligheid van de aristocratie jegens het lot van de natie als de meedogenloosheid van de opkomende bourgeoisie. Het anachronisme van de dromen ‘der laatste romantici’ en het bankroet van de positivistische ‘dromers’ tegenover een samenleving in verval. In zijn inleiding bij de Amerikaanse uitgave van De pop zegt dichter en vertaler Stanisław Barańczak: ‘Het hele menselijke landschap van De pop is het landschap na een veldslag waarin de Poolse versie van de Romantische ideologie is verslagen.’ Rest alleen nog de vraag: is Staś Wokulski gesneuveld en op het slagveld achtergebleven of heeft hij toch nog weten te ontkomen? Want daarover blijft de lezer, ondanks Staś’ aangekondigde zelfmoord en het door hem opgestelde testament, aan het eind van de roman in onzekerheid. De tekst op het briefje dat Ochocki aantreft in de broekzak van de stervende Rzecki, laat nochtans ruimte voor drie zo niet hoopvolle dan toch troostende woorden: non omnis moriar (Ik zal niet helemaal sterven)…


Reacties (5)
Ik heb ergens gelezen maar weet niet meer waar dat deze roman in het nederlands vertaald gaat worden. Wanneer en bij welke uitgever zal deze uitgave verschijnen?
Beste Karol,
Er zijn op dit moment al een aantal uitgevers geïnteresseerd in een publicatie van De pop en ik hoop dat ik je snel meer kan laten weten als deze plannen concreet worden.
Met vriendelijke groet,
Alexandra Koch
hoofdredacteur Schwob.nl
Het boek behoort dus tot het publiek domein. Waar kan ik het dan gratis downloaden als eboek in het Frans, Engels of Duits. Ik zou graag kennis maken met de auteur. Ik hou van Oost-Europese auteurs die naar mijn mening veel te weinig vertaald worden, zowel hedendaagse als klassiekers.
Dag Dunya,
Je kunt het boek in het Engels vinden bij Google books. Ik zal de link op de site zetten.
Trouwens behoort de originele tekst inderdaad tot het publieke domein, maar de vertalingen in de meeste talen nog niet.
Met vriendelijke groet,
Alexandra Koch
Bedankt Alexandra!
Jammer dat we het online moeten lezen. Ik heb nog geen e-reader met wifi.
Inderdaad op recente vertalingen zijn er auteursrechten. Normaal voor het werk dat de vertaler levert en de kosten van de uitgever.