“Een kroniek van gefnuikte levens”

Gabriela Adameşteanu

Gabriela Adameşteanu

Târgu Ocna, 1942

Gabriela Adameşteanu behoort tot de belangrijkste en meest vertaalde hedendaagse schrijvers uit Roemenië, waar zij als schrijver en journaliste werkt. ...

Jan Willem Bos

Driebergen-Rijsenburg, 1954

Jan Willem Bos

Jan Willem Bos (1954) vertaalde zo'n twintig boeken uit het Roemeens, het meest recent Moderne Roemeense verhalen (Atlas, 2008) en De Wetenden van Mircea Cărtărescu (Bezige Bij, 2010)....

“Als ze vroeger zo, dagen aaneen, binnen had gezeten zonder een enkele keer uit te gaan, zou ze gedacht hebben dat de muren op haar afkwamen. Ze maakte het huis aan kant en ging op pad. Zij ging om de beurt bij iedereen op bezoek, de ene dag bij de een, de andere dag bij de ander, nergens kwam ze met lege handen vandaan, je maakt een praatje, je hoort nog eens iets, want als je de hele dag zit opgescheept met een vent die stommetje speelt, krijg je zin om je bullen te pakken. Veel had ze nooit met hem te bespreken gehad” ...

Uit: Verspilde ochtend

Vertaler: Jan Willem Bos

Meer informatie

Verspilde ochtend

Prijzen

  • Hellmann Hammett Grant van Human Rights Watch (2002)
  • Prijs voor debuut van de Schrijversbond en de Prijs van de Academie, nominatie voor de prijs Jean Monnet voor Europese Literatuur, 2010 (Drumul egal al fiecărei zile)
  • Prijs voor Proza van de Schrijversbond. Genomineerd voor de Prijs van Latijnse Unie, 2007 (Dimineaţă pierdută)
  • Prijs van het dagblad, Prijs van het tijdschrift Ateneu (Intâlnirea)

Vertalingen

  • Verspilde ochtend (Dimineaţă pierdută) Ests (Eesti Raamat, 1991), Frans (Gallimard, 2005), Hebreeuws (Nymrod Books, 2007), Bulgaars (Balkani, 2007), Spaans (Lumen, Random House-Mondadori, 2009), Hongaars (Europa, 2010), Engels (Nortwesthern University Press, verwacht 2011), Pools (WAB, verwacht 2012), Turks (Yapi Kredi Kultur, verwacht 2012), Portugees (Dom Quixote, verwacht 2012)
  • De gebaande wegen van alledag (Drumul egal al fiecărei zile) Bulgaars (Balkani, 2007), Hongaars (Palamart, 2007), Frans (Gallimard, 2009), Duits (Schöffling & Co., verwacht 2012)
  • Gun jezelf een dag vakantie (Dăruieşte-ţi o zi de vacanţă) Russisch (1989)
  • De ontmoeting (Intâlnirea) Bulgaars (Panorama, 2005), Hongaars (Palamart, 2007), Italiaans (Nottetempo, 2010)

Financiële ondersteuning

Institutul Cultural Român www.icr.ro

illustratie bij Gabriela Adameşteanu

Verspilde ochtend Gabriela Adameşteanu Roemenië

Door Jan Willem Bos 0 reacties reageer

In het nogal verstilde literaire landschap van Roemenië in 1984 kwam de verschijning van de roman Dimineaţă pierdută (Verspilde ochtend) van Gabriela Adameşteanu als een zonnestraal bij sombere hemel. In 1971 had partijleider Nicolae Ceauşescu, na een inspirerend bezoek aan Noord-Korea, de ideologische teugels strakgetrokken en benadrukt dat de kunsten, en dus ook de literatuur, uitsluitend in dienst van de idealen van de partij dienden te staan. De economische situatie ging hollend achteruit, en in het kielzog daarvan nam de politieke repressie almaar toe om iedere eventuele uiting van ongenoegen bij voorbaat in de kiem te smoren.

De hoofdstad Boekarest werd in die jaren gedomineerd door bulldozers. In 1983 was begonnen met de bouw van Ceauşescu’s Versailles, nogal cynisch het Huis van het Volk genoemd, een monstruositeit die speciaal was ontworpen om het grootste gebouw van Europa te worden. Om deze folie mogelijk te maken, was een volledige lommerrijke woonwijk tegen de grond gegooid, waardoor 40.000 mensen gedwongen werden op stel en sprong te verhuizen. Tegen deze achtergrond verscheen - tamelijk miraculeus - een boek dat een kroniek was van door de geschiedenis gefnuikte levens, van personages die ook in het reëel bestaande socialisme nauwelijks hoop en vreugde konden vinden.

Ik ben de gelukkige bezitter van een exemplaar van de oorspronkelijke uitgave, die als jaar van uitgifte 1983 draagt, hoewel de productie van het boek - vooral door het perfectionisme van de auteur - vertraging had opgelopen en het daarom pas in april 1984 in de winkels zou liggen. In dat beduimelde exemplaar had ik ook de bladzijde uit het literaire weekblad România literară (Literair Roemenië) bewaard waarop de lovende recensie van 6 september 1984 van criticus Valeriu Cristea staat afgedrukt onder de titel ‘Een ochtend van honderd jaar’.

Hoe bijzonder het was dat Dimineaţă pierdută kon uitkomen, wordt aangetoond door de achterzijde van deze vergeelde pagina met de recensie, waar we het propagandistisch artikel ‘Diep en duurzaam construeren’ vinden. Hierin wordt op filosofische wijze - het is tenslotte een literair weekblad - de partijlijn gepresenteerd, inbegrepen een pakkende quote van Nicolae Ceauşescu, de secretaris-generaal van de Communistische Partij. Het artikel is een opmerkelijke staaltje Orwelliaanse dubbelspraak, waar eerlijk gezegd nauwelijks een touw aan vast te knopen valt. ‘Het document [dit betreft een door Nicolae Ceauşescu gemaakte ‘synthese’], dat de aandacht van de gehele natie heeft opgeëist en een krachtige internationale echo heeft genoten, uitzonderlijk in zijn synthetische kracht, beargumenteert, onderbouwd door veelzeggende cijfers, in grote lijnen de richtingen die in het vierjarenplan 1986-1990 vorm zullen krijgen en vormt tegelijkertijd een voorafschaduwing van de coördinaten van onze ontwikkeling tot in het jaar 2000.’ Hierna wordt gloedvol benadrukt dat deze partijlijn de onvoorwaardelijke steun van het ganse volk geniet.

Voor een publiek dat overdoses van dergelijke teksten te slikken kreeg, betekende Adameşteanu’s roman, ondanks de ingrepen van de censuur in de oorspronkelijke tekst, vanzelfsprekend een verademing. Gabriela Adameşteanu heeft zelf gezegd dat het boek niet veel later had moeten uitkomen, want tegen het einde van de jaren tachtig was de controle van de politiestaat zo volledig geworden, dat haar roman nooit het imprimatur zou hebben gekregen. Dimineaţă pierdută werd unaniem geprezen door de recensenten. ‘Een van de beste romans die de afgelopen tijd zijn verschenen,’ schreef Nicolae Manolescu; ‘een uitzonderlijke roman,’ vond Eugen Simion, en Monica Lovinescu plaatste, vanuit Parijs, Gabriela Adameşteanu op grond van dit boek ‘niet alleen onder de grootste hedendaagse romanschrijvers, maar ook onder de grootsten van onze gehele literatuur’.

Het boek kreeg de prijs van de Roemeense Schrijversbond en van de Roemeense Academie toegekend. De vitaliteit van de roman bleek toen nog geen twee jaar na de publicatie ervan de première plaatsvond van een gelijknamig op het boek gebaseerd toneelstuk, gedramatiseerd en geregisseerd door Cătălina Buzoianu. In eerste instantie was deze bewerking voor toneel niet door de officieel afgeschafte censuur gekomen, maar het bleek toch moeilijk voor de waakhonden van het regime om op het laatste moment een voorstelling te schrappen waar zoveel mensen aan gewerkt hadden. Mede vanwege de status van het boek en zijn prestige bij het lezerspubliek zou dit een blamage voor het regime zijn geweest, wat zelfs het repressieve Ceauşescu-bewind liever wilde vermijden. De voorstelling kon gered worden met minimale compromissen. Er sneuvelden een paar zinnen en er werden in opdracht van hogerhand wat flatgebouwen - belangrijke verworvenheden van het regime! - toegevoegd aan het decor.

Gabriela Adameşteanu ‘Er zijn boeken die een gevoel, een illusie van vrijheid hebben gegeven, kennis die belangrijk was in een wereld van leugens. Op die manier werd er verzet geboden door middel van cultuur.’

Voice over: ‘In 1984 begon de sloop van oude huizen, kerken en kloosters in het centrum van Boekarest. In 1985 ging het toneelstuk van *Verspilde ochtend* in première, waardoor het Bulandra-theater een bastion van het culturele verzet werd.’

GA: ‘Het boek had zich snel een plaats verworven. Het was goed ontvangen en belangrijke critici hadden lovende recensies geschreven. Van belang was ook dat Monica Lovinescu [in Parijs] veel aandacht aan het boek had besteed. Zo was het boek al gauw een moderne klassieker geworden. … Het viel me op dat het boek in het theater een andere impact had. Een boek lees je in eenzaamheid, maar in de zaal van een theater is er een gemeenschappelijke receptie van een toneelstuk. … Ik was tien jaar eerder aan het boek begonnen, en in zekere zin is het door de werkelijkheid ingehaald. Naarmate de situatie in Roemenië steeds slechter werd, kwam het boek steeds gedurfder over.’

Regisseuse: ‘Bij de opvoering van dit toneelstuk was me opgevallen dat acteurs die het eigenlijk helemaal niet zo goed met elkaar konden vinden, bijzonder veel respect voor elkaar toonden. Het effect van de voorstelling op het publiek was enorm, er werd echt gecommuniceerd. Dat was ook te danken aan de tekst. Ik vind de roman van Gabriela Adamesteanu een meesterwerk.’

GA: ‘Toen het toneelstuk in première ging, waren we allemaal erg gespannen, want we wisten niet of er van hogerhand ingegrepen zou worden. Na de première kregen we te horen dat het toneelstuk niet door de beugel kon. Er werd ons gevraagd om bepaalde zinnen te schrappen en er kwamen flatgebouwen in het decor. Dat waren de kleine compromissen waarbij we ons moesten neerleggen zonder mijn tekst te compromitteren.’

In het centrum van een getraumatiseerde en letterlijk gesloopte stad werd het Buleandra-theater in Boekarest een bastion van weerstand tegen het totalitaire regime. In een avond na avond uitverkochte, ijskoude zaal zaten de toeschouwers, gehuld in dikke winterjassen, voor een collectieve beleving die aanvoelde als een daad van protest. Zoals Gabriela Adameşteanu later zei: ‘Er zijn boeken die een illusie van vrijheid bieden en die kennis meedragen over dingen die onder de leugens van het communisme zijn verborgen.’ De auteur, die regelmatig uitvoeringen bijwoonde, merkte, een beetje tot haar schrik, dat het impact van toneel anders is dan die van literatuur, ‘Eerlijk gezegd geloof ik dat toneel gevaarlijker is dan literatuur,’ bekende de schrijfster, ‘want de voorstelling en de manier waarop de dingen, ofschoon erg onschuldig, worden gezegd, kunnen veel emoties bij mensen teweegbrengen’. Het effect van het toneelstuk werd nog versterkt doordat de toestand in Roemenië steeds schrijnender werd en de boodschap dus steeds luider klonk. In de jaren na de val van het communistische regime is dikwijls de spot gedreven met de idee van ‘verzet door cultuur’, maar volgens Gabriela Adameşteanu is dit ten onrechte, omdat cultuur in die sinistere jaren wel degelijk een vorm - wellicht de enige mogelijke vorm - van weerstand is geweest.

Na 89 voorstellingen werd het stuk van de planken gehaald, nota bene na de val van het regime. De nieuwe cultuurpausen, die zichzelf graag als sociaaldemocraten beschouwden maar door grote delen van de bevolking als neocommunisten werden gezien, vonden dat er met dit toneelstuk te veel sympathieën voor christendemocraten en liberalen werden opgewekt en dat het mooi was geweest. Intussen was het wel opgenomen voor de Roemeense televisie, zodat het in 1990 en in de jaren daarna regelmatig op de buis te zien is geweest. Fragmenten ervan zijn ook op YouTube te vinden.

Schrijven tijdens een politieke aardbeving

Gabriela Adameşteanu, in 1942 geboren in het Moldavische stadje Târgu Ocna maar opgegroeid in Piteşti, heeft het schrijverschap betrekkelijk laat omhelsd. Hoewel al op school ‘literaire neigingen’ bij haar waren geconstateerd, begon ze pas serieus met schrijven toen ze de leeftijd van dertig was genaderd. ‘Mijn angst voor het vak van schrijver,’ ontboezemde ze, ‘heeft me lange tijd het gevoel gegeven dat ik schrijfster ben geworden omdat ik mezelf “niet goed in de hand heb gehouden” en op een moment van innerlijke zwakte heb toegegeven.’ Die angst was voortgekomen uit haar overtuiging dat ‘een schrijver alles op zijn marktkraam moet aanbieden; al zijn gevoelens zijn te koop’, iets waar ze moeite mee had. Dat neemt niet weg dat ze volmondig heeft moeten toegeven dat haar schrijverschap haar leven heeft verrijkt en dat ze achteraf blij is dat ze haar aanvankelijke terughoudendheid heeft weten te overwinnen.

In 1975 publiceerde ze de deels autobiografische roman Drumul egal al fiecărei zile (De gebaande wegen van alledag), waarvoor ze de Debuutprijs van de Schrijversbond en de Ion Creangă-prijs van de Roemeense Academie ontving. Deze werd in 1979 gevolgd door een verzameling korte verhalen: Dăruieşte-ţi o zi de vacanţă (Gun jezelf een dag vakantie).

Tijdens het congres van de Schrijversbond in 1981, in de periode dat ze werkte aan Dimineaţă pierdută, openbaarde zich aan Gabriela Adameşteanu onverwacht een andere, mogelijke wereld. Tijdens dat congres ontspon zich een felle strijd tussen twee kandidaat-voorzitters van de bond. En in de context van die strijd brachten allerlei vooraanstaande schrijvers onomwonden hun opvattingen te berde, waarbij zeer kritische woorden aan het adres van het regime niet werden geschuwd. Terugkijkend moet ze toegeven dat de strijd om het voorzitterschap van de Schrijversbond eigenlijk werd geleverd tussen twee partijgetrouwe schrijvers en dat het dus geen uiting was van grote rebellie om een kandidaat toe te juichen die toevallig niet de officiële keuze van de partij was. Voor Adameşteanu, recentelijk toegelaten tot de bond, bood het gebeuren niettemin een eerste kennismaking met een mogelijke toekomst waarin de vrijheid van meningsuiting geen wassen neus was. Het regime had overigens het congres ook met argusogen gevolgd en daaruit zijn conclusies getrokken, want in de daaropvolgende acht jaar, tot aan de decemberrevolutie van 1989 waarbij Nicolae Ceauşescu en met hem het communisme in Roemenië ten val werden gebracht, waren schrijverscongressen uit den boze.

Adameşteanu schrijft in het essay/nawoord ‘De grenzen van het herschrijven’ bij de tweede editie van haar roman Întâlnirea (De ontmoeting, 2007) dat dit moment beslissend is geweest voor haar opstelling na de val van het regime. Ondanks de teleurstellingen over het tempo en de richting van de veranderingen na de bevrijding van het totalitaire juk, is ze nog immer niet in staat om louter de rol van kille waarnemer op zich te nemen wanneer ze terugdenkt aan de extase die ze toen voelde. Het leidde ertoe dat ze haar schrijverschap tijdelijk in de koelkast stopte. ‘Hoe zouden we besluiteloos aan de houten tafel kunnen blijven zitten om literatuur te schrijven,’ vraagt ze zich retorisch af, ‘terwijl rondom ons een dergelijke politieke en sociale aardbeving plaatsvond?!’ Bovendien was het hard nodig dat de intellectuelen hun eigen land leerden kennen, zegt ze, want die hadden geïsoleerd geleefd van de gewone mens. En de westerse wereld - ‘die we hoogstens hadden gezien als angstige toeristen zonder geld’ - kenden ze al helemaal niet. Ze koos na 1990 niet voor de politiek, maar voor de journalistiek. Ze sloot zich aan bij de denktank de Groep voor Sociale Dialoog en wijdde zich vanaf 1990 volledig aan het weekblad dat deze organisatie publiceert, genaamd 22, naar de 22ste december 1989, de dag waarop het communisme in Roemenië omver werd geworpen.

Memorabele personages

In Dimineaţă pierdută wordt de lezer, ergens in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw, door Vica Delcă, een volksvrouw die ongeveer even oud is als de eeuw, meegenomen op een Joyceaanse reis door een met herinneringen en associaties beladen stad. Omdat ze het thuis niet langer uithoudt bij haar bedlegerige, gemelijke echtgenoot, onderneemt Vica, in haar jongere jaren kleermaakster en herbergierster, een moeizame tocht naar eerst haar schoonzuster en, als ze die niet thuis treft, naar Ivona, de dochter van haar vroegere opdrachtgeefster, van wie ze haar maandelijkse aalmoes annex pensioen hoopt los te krijgen, hoewel het nog geen betaaldag is. Onderweg door een kil, grimmig en onwelriekend Boekarest dalen haar malende gedachten af naar haar moeizame jeugdjaren en naar de goede tijden toen zij en haar man een florerende nering dreven.

De stem van Vica

Een kenmerk van Verspilde ochtend is het drammerige stemgeluid van het centrale personage Vica Delcă, dat niet alleen doorklinkt in de dialogen, maar ook in haar gedachten die de vertelster optekent. Vica is een volksvrouw uit een voorstad van Boekarest en spreekt met een platte en kleurrijke Boekarester tongval. Het weergeven van deze stem in een andere taal is geen eenvoudige opgave. De Franse vertaalster werd geprezen voor de Céline-achtige klankkleur van Vica’s gekijf in het Frans; van de Engelse vertaling werd gevonden dat Vica te grammaticaal correct spreekt, al is ze onbekommerd grof in de mond.

Deze vertaler vindt niet dat iemand die Vica Delcă heet in het Nederlands kan worden neergezet als een luidruchtige Mokumse of Hagenese, en al helemaal niet als een typetje uit de Brabantse of Drentse klei. Gekozen is voor een slordig, op de spreektaal leunend Nederlands, want eg probere d’r Amstedams fan te moake, zou een onleesbare vertaling hebben opgeleverd.

Uiteindelijk komt Vica aan bij Ivona’s woning, die vroeger het middelpunt vormde van het gezinsleven van een gegoede burgerlijke familie, maar waar Ivona nu eenzaam wacht tot haar man thuiskomt van zijn zoveelste bezoek aan een van de vele ‘totebellen’ - in Vica’s kleurrijke kwalificatie - met wie hij zijn dagen pleegt door te brengen. In dat huis, waartoe Vica na de nodige aarzelingen van Ivona’s kant wordt toegelaten, brengen de volksvrouw en de burgervrouw de rest van de dag met elkaar door, en met geen van hen gaat het goed. Een van de vele overeenkomsten tussen beide personages is dat ze alle twee de last van de eeuw met zich meetorsen, een eeuw die hun Twee Wereldoorlogen en de communistische machtsovername met de daaraan gekoppelde Sovjetbezetting heeft gebracht. Vica was in het begin van de Eerste Wereldoorlog haar moeder kwijtgeraakt aan de tyfus, waardoor ze als elfjarige de zorg kreeg over haar kleine broertjes, omdat haar vader aan het front was. De succesvolle bodega die ze samen met haar man runde, is hun door de communisten afgenomen. Ivona’s moeder, die na de communistische machtsgreep jarenlang op de zolder van haar eigen huis had moeten bivakkeren, is recentelijk overleden, haar zoon, die vervolging door het regime heeft doorstaan, is geëmigreerd en haar man is naar de hoeren.

Terwijl de vrouwen hun gevorderde en geknakte levens de revue laten passeren, valt Vica’s oog op een foto die ze niet eerder heeft gezien. Dit familiekiekje, gemaakt aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, fungeert als een Proustiaanse madeleine en vormt de opmaat voor een afdaling in de verloren tijd van de familie van Ivona, die toen nog Yvonne heette. De flashback, als deze episode van 200 pagina’s zo mag heten, brengt ons naar een andere wereld, een milieu van burgerlijke waarden en ondeugden, waarin een verfranst soort Roemeens wordt gesproken en waarin de focus van de vertelling voortdurend verschuift tussen aan de ene kant de vraag of Roemenië wel of niet de oorlog in moet gaan en aan de andere kant de echtelijke ontrouw van Sophie Mironescu, de moeder van Yvonne, die later als Sofia Ioaniu - naar haar tweede echtgenoot - de opdrachtgeefster van Vica Delcă zou worden. Maar dat zou pas een halve eeuw later geschieden, wanneer de gegoede burgerij van Roemenië allang is vervallen, niet als gevolg van haar eigen onvermogen, maar door een van boven opgelegde deconfiture.

In het tweede deel van de flashback lezen we mee in het dagboek dat de tuberculeuze hoogleraar taalkunde Ştefan Mironescu bijhoudt gedurende de maanden augustus en september 1916, kort nadat Roemenië zich daadwerkelijk had aangesloten bij de geallieerden en het land en zijn bevolking de gruwelen van de oorlog, die vooral in de eerste maanden rampzalig verliep voor Roemenië, over zich kreeg uitgestort.

Na dit breed opgezette fresco van een verdwenen wereld keren we terug naar het heden, waar in het nu vervallen herenhuis Vica en Ivona intussen aan de borrel zijn. De roman wordt afgesloten met een epiloog, die leest als een requiem. Ivona is inmiddels overleden en ook Vica’s beminde en verafschuwde man heeft zijn vaste stekje voor de televisie voorgoed opgegeven, terwijl zijzelf ligt te dementeren in een ziekenhuis, waar ze bezoek krijgt van haar neef, die inmiddels zijn puberale chagrijn is ontgroeid.

Zo worden in Dimineaţă pierdută op een bijzonder originele wijze een aantal vervlochten mensenlevens - in hun historische context - gereconstrueerd. Gabriela Adameşteanu was in 1967 begonnen met ‘een novelle over ouderdom, armoede en de dood’, heeft ze verteld, maar daarin bleek niet het hele verhaal verteld te kunnen worden, zodat ze tussen 1979 en 1983 intensief heeft gewerkt om de novelle om te werken tot een roman. ‘Dimineaţă pierdută heeft mij de gelegenheid geboden,’ vertelde ze jaren later in een interview, ‘om in twee imaginaire werelden te leven: de wereld waarin, op een dramatisch maar toch hoopvolle manier, het moderne Roemenië werd opgebouwd (vanaf ongeveer 1914) en die van zijn ononderbroken teloorgang (van 1944 tot het midden van de jaren tachtig). Toen ik het boek af had, was ik overweldigd door het beeld van een geruïneerd land, van het voortdurende lijden van zijn bevolking en ik raakte terneergeslagen door het feit dat ik “er niets aan deed”.’ Ondanks de navrante geschiedenis die wordt verteld, is de toon echter vaak luchtig en zelfs humoristisch.

Het boek maakt indruk door de memorabele personages, van wie Vica, ‘madam Delcă’, het meest spectaculaire is. Omdat het kil en druilerig weer is, trekt Vica, alvorens van huis te gaan, verscheidene lagen kleding over elkaar aan, waarover ze een overjas draagt die ze negen jaar geleden eigenhandig binnenstebuiten heeft gekeerd. En van de restjes die ze bij die actie heeft overgehouden, heeft ze een muts vervaardigd, die ze boven op de sjaal draagt waarmee ze haar oren probeert warm te houden. Ze moet een opmerkelijke verschijning zijn geweest! Vica is een onvermoeibare kletstante, die aan één stuk door praat, onderwijl klagend over andere mensen die hun mond niet kunnen houden. Zelfs als ze niet aan het woord is, wordt de lezer deelgenoot van haar gedachten, die naar voren komen in een monologue intérieur in dezelfde platte, ongrammaticale Boekarester tongval waarin ze alles en iedereen van haar onstuitbare en dikwijls schilderachtige commentaar voorziet.

Ook de andere personages, in de eerste plaats Ivona/Yvonne, hebben ieder een eigen narratieve stem. Dit levert een polyfone vertelling op waarin mensen en gebeurtenissen vanuit verschillende perspectieven worden belicht. Deze polyfonie laat ook zien hoe het zelfbeeld dat mensen hebben, afwijkt, of het tegenovergestelde is, van de indruk die ze bij anderen achterlaten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop Vica zichzelf beschouwt en hoe Ivona haar ziet. Vica koestert een herhaaldelijk geuite minachting ten aanzien van magere mensen zoals Ivona - ‘vel over been’ - , die geen enkele weerstand hebben tegen allerlei ziektes en kwaaltjes. Aan de andere kant is ze nogal tevreden over haar eigen eetlust en stevige lijf, die bij haar als bewijzen van een gezond gestel gelden. Het beeld dat echter in de gedachten van Ivona naar voren komt, is dat van een slonzige dikzak en veelvraat.

Zo is Dimineaţă pierdută een multidimensionale visie op het leven en vooral op de vergankelijkheid van het menselijk bestaan, een wereld die wordt gecreëerd uit een ochtend vol herinneringen aan een leven dat zoveel beter had kunnen - had moeten zijn.

Een doorbraak?

Roemeense speelfilms doen het bijzonder goed op internationale festivals en worden ook in Nederland met regelmaat vertoond in bioscopen en zelfs op de televisie. Roemeense muziek - van klassiek tot fanfares - is al vele jaren een internationaal succes. De reputatie van de Roemeense literatuur lijkt hierbij achter te lopen. Tot de klassiekers van de wereldliteratuur behoren enkele Roemeense schrijvers die zich met name van het Frans bedienden: Eugen Ionescu/Eugène Ionesco, Emil Cioran, Tristan Tzara. Sinds de revolutie van 1989 en vooral in het afgelopen decennium wordt in Roemenië een bijzonder interessante literatuur geschreven, die ook internationaal de nodige aandacht krijgt. Het wachten is op de grote doorbraak.

Opmerkelijk is ook wat het boek niet is. Als Gabriela Adameşteanu iets niet laat zien, is het wel het beeld van de Socialistische Republiek Roemenië zoals dat werd gepromoveerd door de machthebbers, want daar heeft de auteur niets positiefs over te melden. Wel wordt er een positief beeld gegeven van emigratie of, in de Roemeense terminologie, zelfgekozen ballingschap. En dat in een tijd dat republiekvlucht werd bestraft met maandenlange of zelfs jarenlange opsluiting.

Op welhaast wervende wijze wordt gesproken over het leven ‘daarginds’, ook te vertalen als ‘aan gene zijde’, waarmee, zoals voor iedere Roemeense lezer duidelijk is, het Westen wordt bedoeld. ‘Als ze met pensioen gaan, hebben die mensen daarginds een enorme levenslust! Enorm! Ze willen met alle geweld doen wat ze in hun jeugd niet hebben kunnen doen, want toen moesten ze werken! […] Daar krijg je goed betaald, maar je moet er serieus voor werken!’ zegt Ivona. ‘Ze reizen de hele wereld af, want daar bij hen bestaan er totaal geen beperkingen!’ Opmerkelijk dat dit er in de editie van 1984 zo staat. Ivona’s opmerking levert overigens de hoon op van Vica, die niet begrijpt waarom je zo nodig op reis moet gaan als je alles op de televisie kunt zien…

De tijd en de censuur

Dimineaţă pierdută heeft de revolutie en de maatschappelijke veranderingen die deze met zich meebracht opmerkelijk goed overleefd. In de edities die na de val van het totalitaire bewind en de echte afschaffing van de censuur zijn verschenen, heeft Gabriela Adameşteanu passages hersteld die in de oorspronkelijke uitgave van 1984 niet hadden kunnen worden afgedrukt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de passage waarin Vica de situatie in Boekarest schetst na de intreding van de Rode Leger in de Roemeense hoofdstad: ‘Al die jonge meiden smeerden roet op hun gezicht en trokken een raar kloffie aan om op een oud wijf te lijken, want ze wisten wat hun te wachten stond als de Russen ze te pakken kregen!’ Het deel van deze zin achter de komma ontbreekt in de versie van 1984. Of over het bekende verhaal dat Sovjetmilitairen alle Roemeense burgers hun uurwerk afnamen, ook in de mond van Vica: ‘Mijn vent droeg een klokkie om z’n pols, en omdat het zomer was, had-ie een witte streep van de zon op z’n arm. M’n man was pikzwart, alleen die streep van zijn klokkie was wit gebleven. En toen ben die Rus gewoon twee uur blijven zitten met z’n pistool in zijn hand! Die Rus hield hem zo onder schot, davaj tsjas en nog eens davaj tsjas.’ In de versie uit 1984 staat in plaats van ‘die Rus’ ‘er eentje’ en de laatste zin met het Russische ‘geef je horloge’ ontbreekt volledig. Maar hoe dan ook had iedere Roemeense lezer maar al te goed begrepen welke militair het was geweest die meneer Delcă zijn klokje had willen afnemen.

Naast het terugdraaien van de ingrepen door de censuur heeft Gabriela Adameşteanu nog andere cosmetische veranderingen in de tekst doorgevoerd. Dat is echter niet verrassend, want ze is een perfectioniste die het niet kan laten in iedere nieuwe uitgave van haar boeken te schrappen en toe te voegen.

De nieuwste versie van Dimineaţă pierdută, de vijfde herziende editie, heeft de basis gevormd voor vertalingen die in Frankrijk, Israel, Estland, Spanje, Bulgarije en Hongarije zijn verschenen. Recentelijk is de roman ook in het Engels gepubliceerd, en in de nabije toekomst volgen vertalingen in het Portugees en Pools. Ook in het buitenland is Dimineaţă pierdută goed ontvangen. Vooral in Frankrijk, waar het boek verscheen bij Gallimard als Matinée perdue, en in Spanje, door Lumen gepubliceerd als Una mañana perdida, kreeg de roman lovende recensies. Het is een fortuinlijk boek, heeft de auteur zelf gezegd, die verklaarde dat ze het haar vroeger even waarschijnlijk had toegeschenen dat haar boeken in vertaling zouden verschijnen als dat ze zelf voet op Mars zou zetten.

Gabriela Adameşteanu is nog niet uitgeschreven. In 2010 verscheen Provizorat (Voorlopigheid). Eigenlijk is dit de eerste roman waaraan ze was begonnen, al in 1969, en waarvan in de loop van decennia diverse fragmenten zijn gepubliceerd. In 2005, nadat ze haar hoofdredacteurschap bij het tijdschrift 22 had opgegeven en was teruggekeerd naar de literatuur, nam ze het werk aan deze roman weer op. Hierin treden deels dezelfde personages als in haar debuutroman Drumul egal al fiecărei zile, waaraan ze in de laatste editie een hoofdstuk heeft toegevoegd om het verband te leggen met Provizorat. Volgens haarzelf is deze roman nog meer dan haar andere boeken geschikt voor het buitenland, maar het is een open vraag of er betere literatuur voortkomt uit het schrijven met de (buitenlandse) markt in het achterhoofd dan wanneer je schrijft met het gevoel dat de censuur over je schouder meekijkt. De tijd zal het leren.

In Armada. Tijdschrift voor wereldliteratuur nr 62 (maart 2011) is een hoofdstuk uit de vijfde editie (2008) van Gabriela Adameşteanu’s debuutroman Drumul egal al fiecărei zile (1975; ‘De gebaande wegen van alledag’) in de vertaling van Jan Willem Bos opgenomen; zie ook www.armada-wereldliteratuur.nl

Reageer