“Ik - dat was een restje eten.” – Liao Yiwu

Liao Yiwu

Liao Yiwu

Sichuan, 1958

In 2009 verscheen in Duitsland zijn door kritiek en publiek euforisch ontvangen boek The Corpse Walker (Fräulein Hallo und der Bauernkaiser), dat mensen portretteert uit 'de droesem van de Chinese samenleving' en dat in China verboden is. ...

Susanne Messmer

Marburg an der Lahn, 1971

Susanne Messmer

Susanne Messmer schrijft sinds 2004 over China en heeft met Beijing Bubbles (2007) een filmdocumentaire over rockmuziek in China gemaakt, die op veel internationale filmfestivals en in New York in het Museum of Modern Art is vertoond. Ze heeft een literaire reisgids over Peking en het boek Chinageschichten geschreven. ...

“Grandpa Zhou has handled human waste for almost all his life, first as an employee of the state in charge of cleaning public toilets and now as an independent toilet manager under contract with the city government of Chengdu to manage a large public toilet in the northwestern part of the city. “It’s serious business,” says Grandpa Zhou. He’s about seventy years old, but he looks pretty energetic. I had known of Grandpa Zhou for quite some time. His toilet stands almost next door to my mother’s teahouse. But we were simply nodding acquaintances.” ...

Uit: The Corpse Walker

Meer informatie

The Corpse Walker (29 verhalen uit ‘Voices from the Bottom Rung of Society’)

vertalingen

  • The Corpse Walker. Real Life Stories. China from the Bottom Up, Pantheon Books 2008
  • Fräulein Hallo und der Bauernkaiser: Chinas Gesellschaft von unten, S.Fischer 2009
  • Het boek is ook verschenen of zal binnenkort verschijnen in Polen (Czarne), Australië & Nieuw Zeeland (Text) en in Zuid-Amerika (Sexto Piso).

Prijzen

  • Hellman-Hammet-Grant 2003 (Human Rights Watch)
  • Freedom to Write Award 2007 (PEN)

Recent en verwacht

  • 2011 verscheen Ein Lied und hundert Lieder, over de ervaringen van Liao en anderen in de gevangenis
  • 2012 zal bij Harper Collins God is Red verschijnen, over de vervolging van Christenen in China na 1949

Links

illustratie bij Liao Yiwu

The Corpse Walker Liao Yiwu China

Door Susanne Messmer 0 reacties reageer

Tot voor kort leek er een versoepeling van de Chinese censuur plaats te vinden. Maar sinds de vlucht van de Chinese schrijver Liao Yiwu is duidelijk dat het er met de vrijheid van meningsuiting in China weer slecht aan toe is.

De Chinese schrijver Liao Yiwu zit tevreden voor een dampende portie Wantan à la Peking en een koel biertje uit Tsingtao in een klein, onopvallend Chinees restaurant in de Berlijnse wijk Prenzlauer Berg. Hij strijkt met zijn hand over zijn kale schedel. Zijn stem wordt luider, want hij vertelt over zijn vertrek uit China. ‘Ik kon kiezen,’ zegt hij. Liao Yiwu wilde per se dat zijn nieuwe boek over zijn jaren in de Chinese gevangenis van 1990-1994 ten minste in het buitenland zou verschijnen. Dus had hij twee mogelijkheden. ‘De Chinese regering gaf me te verstaan: Als het boek verschijnt, dan vertrek je, of je draait opnieuw de gevangenis in.’

Pas een half jaar geleden was er in de media steeds vaker sprake van het feit dat het tegenwoordig met de Chinese censuur wel losloopt. Maar sinds begin dit jaar is er in China weer een enorme intimidatiegolf waar te nemen. De soepel toegepaste censuurmaatregelen hebben plaatsgemaakt voor strenge sancties. Advocaten en activisten die voorheen hun gang konden gaan, worden onder huisarrest geplaatst, gearresteerd, onder druk gezet en misschien zelfs gemarteld.

Daarbij werd Ai Weiwei, China’s bekendste kunstenaar, gearresteerd. Wekenlang was onbekend waar hij verbleef. Voor heel wat Chinese kunstenaars en schrijvers die al tijdens de Culturele Revolutie werden vervolgd, was dat een déjà vu. Chinese functionarissen, die privé pleiten voor meer tolerantie en openheid, verklaren de nieuwe, harde koers van de regering als een reactie op de ‘Jasmijn-beweging’ in Noord-Afrika. Maar er zijn ook speculaties over een machtsstrijd binnen de Communistische Partij. Hoe het ook zij: ook voor de literatuur is de situatie verslechterd.

Liao Yiwu is slechts een van de vele schrijvers met een afwijkende mening. Deze worden door de Chinese regering tegenwoordig harder aangepakt dan ooit. Het geval Liao Yiwu is echter een van de interessantste. In de jaren tachtig had Liao Yiwu, een dichter uit de provincie met een laag inkomen, die vooral over schoonheid schreef, tot dan een onopvallend leven geleid. Maar toen kwam de democratiseringsbeweging, die alles veranderde. Een paar uur voordat die beweging de kop werd ingedrukt, schreef Liao Yiwu het gedicht ‘Slachtpartij’, een aanklacht waarin we de volgende machteloze regel aantreffen: ‘Schiet! Schiet! op bejaarden, kinderen, schiet op vrouwen!’. Het gedicht werd in heel China verspreid en Liao Yiwu belandde voor vier jaar in de gevangenis.

Het oeuvre van Liao Yiwu - en ook de afwijzing van zijn werk door de Chinese machthebbers - valt te verklaren vanuit die gevangenis. De gevangenis was voor Liao Yiwu het keerpunt, dat niet alleen zijn leven veranderde, maar ook een echte schrijver van hem maakte. Volgens een uitspraak van Liao Yiwu is het aan die tijd te danken dat hij begon te noteren wat ‘de droesem van de Chinese samenleving’ te zeggen had - het daaruit voortgekomen boek met gespreksprotocollen Fräulein Hallo und der Bauernkaiser (The Corpse Walker. Real Life Stories. China from the Bottom Up) zorgde in 2008 in Duitsland voor furore.

Het boek heette in het Chinees ‘Mensen uit de droesem van de Chinese samenleving’. Tien jaar lang had Liao Yiwu wc-schoonmakers, prostituees en straatmuzikanten gezocht, gevonden en geïnterviewd, maar ook mensen die tijdens de politieke campagnes van de jaren vijftig en zestig met geweld buitenspel waren gezet, kaderleden van de partij, kunstenaars, intellectuelen, die het stempel van dissident of contrarevolutionair kregen.

De personages in het boek van Liao Yiwu laten een ander beeld zien dan het nog altijd gangbare westerse cliché van het conforme China. Ondanks alles wat ze te verduren hebben gekregen, zijn ze niet alleen zelfbewust, slagvaardig en in staat tot een gezonde oordeelsvorming, maar ze vertellen hun kleine verhalen ook met zo’n grote, spontane woede dat er niets overblijft van de oude Chinese mythes als gelijkheid en gerechtigheid, of van de nieuwe mythes zoals meer welvaart voor iedereen. Daarmee behoort het boek van Liao Yiwu tot de top van een beweging van schrijvers, filmers en kunstenaars die zich zijn gaan interesseren voor oral history, voor verhalen uit de privésfeer zoals we die in de geschiedenisboeken niet aantreffen, voor de herinneringscultuur - een discipline waarvoor tot nu toe in China zelfs geen woord bestaat.

Het is dus geen wonder dat er geen regel uit The Corpse Walker in China zal kunnen verschijnen, in dat ‘maoïstische relict in het camouflagepak van een Wirtschaftswunder’ zoals Herta Müller, winnares van de Nobelprijs voor Literatuur, China onlangs tijdens een lezing van Liao Yiwu in Berlijn toepasselijk heeft omschreven.

‘De mooiste eigenschap van deze interviews die literaire en documentaire kwaliteit combineren, is de wijdheid van de blik, de grote verscheidenheid aan perspectieven, de rijkdom aan eigenzinnige en marginale figuren: de rouwmusicus en de wc-schoonmaker, de lijkenverzorger en de grafschender, de mensenhandelaar en de boeienkoning.’
Ludger Lütkehaus, Neue Zürcher Zeitung, 1 oktober 2009

En het wekt ook geen verbazing dat Liao Yiwu in 2008, toen het boek in Duitsland werd gepresenteerd, niet naar Duitsland mocht reizen om daar lezingen te houden. Toen hij in maart 2010 opnieuw werd uitgenodigd om naar Duitsland te komen en hij opnieuw niet mocht reizen, schreef Liao Yiwu een brief aan bondskanselier Angela Merkel. Opnieuw zonder resultaat. Pas in september 2010 mocht hij het land uit. Tien keer had hij een paspoort aangevraagd.

Vijftien keer was hem verboden om het land te verlaten, tot hij eindelijk zijn paspoort kreeg. Tijdens een gesprek in september 2010 in een Berlijns hotel zei hij dat hij hoe dan ook naar China moest terugkeren, want hier zou hij werkloos zijn. ‘Ik heb de laatste dagen in Berlijn veel gezien, ook simpele kroegen. En daar zaten precies de figuren die mij interesseren. Ik heb het gevoel dat hier veel aangrijpende verhalen te vertellen vallen. Het is maar een idee. Mijn probleem is dat de verhalen hier me desondanks nooit zo zouden raken als de verhalen in China.’

Nu, een paar weken na zijn tweede aankomst in Berlijn, praat Liao Yiwu, die intussen in het Chinese restaurant een hele schaal Chinese wantan heeft verorberd, heel anders. Met een bescheiden glimlach zegt hij: ‘Ik ben nu vierenvijftig. Ik heb voldoende verzameld.’ Hij praat over talloze interviews die hij op de band, in zijn computer en in zijn hoofd heeft, over zeven of acht boeken die hij nog kan schrijven zonder ervoor weer naar China terug te moeten. Het zou kunnen dat hij gelijk heeft.

Evengoed zou het zo kunnen zijn dat Liao Yiwu alleen maar geen zin heeft om te vertellen wat momenteel voor de hand ligt. Want zijn situatie heeft zich verder toegespitst - zoals de hele situatie met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting de laatste maanden in China sterk verslechterd is. Daar komt nog bij dat in Duitsland zijn tweede boek is verschenen, het boek over zijn verblijf in de gevangenis. De Chinese regering had hem verboden dat te schrijven, vandaar dat hij geen andere keuze had dan opnieuw naar Duitsland te reizen. Ook al zou hij het zelf nooit op die manier formuleren: feitelijk is hij in ballingschap gegaan. Het staat niet vast of hij ooit zal kunnen terugkeren.

Want het boek dat hij heeft geschreven: Für ein Lied und hundert Lieder, is dan misschien niet het eerste boek over de goelag, maar wel het verschrikkelijkste. Bijna valt te begrijpen dat een regering die is zoals ze is en aan de macht wil blijven dit boek niet kan toestaan: op een overrompelende manier neemt de auteur de lezer mee in de enorme pressie die er op zijn persoon wordt uitgeoefend, in de manier waarop hij zich al schrijvend verzet tegen de vernietiging. Wanhopig en wild draait het boek om slechts één vraag: Hoe kan een mens onder de condities van een Chinese gevangenis zijn waardigheid bewaren?

Für ein Lied und hundert Lieder geeft op die vraag een antwoord in de vorm van een existentiële, eloquente, bijna fysieke kreet: Verteld wordt bijna dwangmatig en tot in het kleinste detail zoals van anuscontroles met eetstokjes. Van verhoren en slaaponthouding. Van dertig dieven en moordenaars, van wie er al een paar ter dood zijn veroordeeld, op twintig vierkante meter. Verkrachtingen en martelingen van de gevangenen onderling. Drieëntwintig dagen isoleercel met op de rug gebonden handen. ‘Ik - dat was een restje eten.’

Deze dikke pil is een verontrustend boek, dat het beeld van China als land voorgoed verandert - het land waar steeds meer mensen hun schaapjes op het droge weten te krijgen, waar steeds meer mensen enigszins comfortabel en zorgeloos leven, zich via internet op de hoogte stellen van wat er in de rest van de wereld gebeurt en alleen zo nu en dan opschrikken als er weer eens een Chinese kunstenaar achter de tralies belandt. Dit boek maakt dat je je vertrouwen verliest. Of, in de woorden van Herta Müller: ‘Für ein Lied und hundert Lieder opent onze ogen.’ Zou de Chinese regering de kritiek van dit boek accepteren, dan zou ze erkennen dat ze iedere legitimatie verloren heeft. Als volgende stap zou ze zich dan even goed zelf kunnen afschaffen.

‘Revealing… . full of forbearance and forgiveness… . Each re-created interview…captures a particular individual at a crucial time in Chinese history.’
The New York Times Book Review

Dit is allemaal des te treuriger als je de euforische stemming hebt meegemaakt die tot voor kort in China heerste. Zo lieten de laatste tijd bijvoorbeeld een aantal regisseurs die tot dan illegaal hadden gewerkt, weten dat ze in dialoog waren gegaan met de censuur. Li Yu, wier debuut Fish and Elephant over een lesbische liefde nog altijd niet mag worden vertoond, was verbaasd dat het scenario voor haar laatste film Lost in Beijing over een minderjarige striptease danseres zonder enig probleem werd aanvaard.

Wang Chao, wiens film The Orphan of Anyang, een liefdesverhaal van een prostituee en een arbeider, nog steeds nergens vertoond mag worden, draaide met Luxury Car een sombere film over autodieven. Hij hoefde in die film zelfs helemaal niets te veranderen. Insiders denken dat die nieuwe openheid ermee te maken heeft dat ook de censuur begint te begrijpen dat de filmindustrie lucratief kan zijn - vooropgesteld dat ze tot bloei komt. Ook al is de maatschappijkritiek in die films niet bij benadering zo scherp als de kritiek op het regime van iemand als Liao Yiwu - het is tenminste iets.

Niet alleen Chinese filmers, ook Chinese schrijvers hadden het tot een paar maanden geleden steeds weer over de grote opening in de censuur, maar minder op grond van economische overwegingen dan wel vanwege pure overbelasting en verwarring. Een van de bekendste en invloedrijkste Chinese schrijvers, Yu Hua, die met zijn boek Broeders in China een miljoenenoplage realiseerde, vertelde in een interview over het boek De droom van mijn grootvader van zijn collega Yan Lianke. Dat boek is in China verboden, mogelijk omdat het gaat over gewetenloze zakenlieden, die door hun handel in bloed hele dorpen hebben besmet met aids. Yu Hua reageerde verbaasd, geamuseerd zelfs: ‘Ik heb dat verhaal vijftien jaar geleden al in een van mijn eigen boeken verwerkt! Fragmenten uit dat boek zijn opgenomen in schoolboeken!’

De voornaamste reden waarom de Chinese censuur op het terrein van de literatuur soms minder kan uitrichten dan vroeger is het internet. In China hebben tegenwoordig meer dan vierhonderd miljoen mensen toegang tot het World Wide Web. Geschat wordt dat er ongeveer vijftig miljoen blogs bestaan. Die blogs genieten meer geloofwaardigheid dan alle door de staat gecontroleerde media en kunnen voor de vrijheid van meningsuiting en het ontstaan van een democratische samenleving niet hoog genoeg worden aangeslagen. Zij vormen het enige platvorm voor kritische stemmen.

Want hoewel in China met 62 cyber-dissidenten meer internetactivisten in de gevangenis zitten dan in enig ander land ter wereld, hoewel de Chinese internetcensuur naar schatting 280.000 medewerkers telt, zijn de Chinese hackers de overheid telkens een stapje voor. Tegen hun ‘ladders’, die elke user in staat stellen om met een paar muisklikken over de ‘Great Firewall of China’ te ‘klimmen’, is de censuur vrijwel niet opgewassen. Het lukt niet om alle ongewenste inhouden van het net te verwijderen en alle ongewenste sites onmiddellijk ontoegankelijk te maken. Het is gewoon te gemakkelijk om software te kopen waarmee de geblokkeerde sites met behulp van proxyservers, dus van privénetwerken, kunnen worden bereikt. Het internet als forum voor literatuur wordt in China ook door invloedrijke intellectuelen en gerenommeerde schrijvers veel serieuzer genomen dan elders. Een van de meest prominente voorbeelden is opnieuw Ai Weiwei. Met zijn blog, waarvan een selectie onlangs in Duitse vertaling is verschenen, probeerde hij heel bewust - zeg maar als esthetisch element - een kat-en-muisspelletje met de autoriteiten te spelen. Ook zijn met wat handigheid op het internet veel boeken te vinden van schrijvers die in China niet mogen publiceren.

Een van die schrijvers is Liao Yiwu. Hij zegt daarover: ‘Onlangs werd ik zelfs herkend door een taxichauffeur, die meteen vond dat ik zijn verhaal moest opschrijven. Hij vertelde over zijn zware leven, over corruptie, enzovoort. Ik ben de stem van de eenvoudige mensen. Bij mij kunnen de mensen met hun klachten terecht. Dat vind ik interessant. Mijn boeken zijn weliswaar alleen in Hong Kong en Taiwan verschenen, maar daardoor heb ik in China veel lezers. Misschien worden mijn boeken wel door meer mensen gelezen dan die van de succesvolle, door de overheid gesteunde schrijvers.’

The Corpse Walker is prachtige literatuur - wat Liao Yiwu bereikt door nauwgezet, volhardend en met oog en oor voor de tragiek en ironie van zijn gesprekspartners de levensverhalen uit te schrijven van al degenen die in de verdrukking kwamen, terwijl China zich opwerkte in de vaart der volkeren.’
Daniël Rovers

Dat klinkt alsof Liao Yiwu veel plezier beleeft aan de tegenstrijdige fenomenen die de censuur in China voortbrengt - dus ook aan het heel productieve verzet ertegen, de kwaadheid en de aandacht die die kwaadheid trekt. Het klinkt optimistisch, maar wat Liao Yiwu daar eigenlijk mee wil zeggen, geeft weinig aanleiding tot hoop.

Want terwijl de Chinese schrijver met zijn kale hoofd in het kleine Chinese restaurant in de Berlijnse wijk Prenzlauer Berg zijn derde biertje bestelt, dringt zich plotseling een gedachte op: de tijden waarin we over de versoepeling van de censuur wilden schrijven, zijn met de komst van Liao Yiwu in Berlijn definitief voorbij. Het is best mogelijk dat Liao Yiwu dankzij de overbelasting van de internetcensuur in China door steeds meer lezers wordt opgemerkt.

Maar misschien is het daarom des te verontrustender dat hij hier is. Want op dit moment heerst er in Peking een bittere ijstijd. Liao Yiwu loopt geen gevaar meer zoals veel Chinese regimecritici als de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Liu Xiaobo. Herta Müller zei het tijdens de lezing van Liao Yiwu als volgt: ‘Het stemt me gelukkig dat Liao Yiwu erin is geslaagd om in plaats van in de gevangenis hier bij ons in den vreemde te zijn. Voor hem is dat een bitter geluk, veel erger dan wij kunnen begrijpen.’

En waarom is het ballingschap bitter? Heel eenvoudig: Liao Yiwu heeft iedereen van wie hij houdt achtergelaten. Het vaderland dat hij waarschijnlijk graag naar de knoppen zou helpen, blijft zijn enig mogelijke onderwerp. De boeken van Liao Yiwu leven van ‘de stem van het volk’, van de vitale toon waarmee zijn protagonisten vertellen. In den vreemde heeft hij - net als veel andere Chinese schrijvers en kunstenaars - geen onderwerp meer. We kunnen slechts hopen wat hij ook hoopt: in 2012 zal er in China een generatiewisseling binnen de Communistische Partij plaatsvinden. Op dit moment ziet het er niet naar uit dat er in China ooit een soort revolutie zal ontstaan zoals in de Arabische wereld. Maar misschien volgt er dan ten minste een periode van dooi.

vertaling Gerrit Bussink

Tags:

Reageer