Olga Tokarczuk over Bolesław Prus
Meteen bij verschijnen als feuilleton in een Warschause krant had De pop een grote schare toegewijde lezers. Als Prus er eens niet in slaagde een volgend fragment tijdig op de redactie te laten bezorgen, ontving men prompt brieven van bezorgde lezers die met klem vroegen wanneer het vervolg op de lotgevallen van de personages zou verschijnen. Achteraf bezien is Prus’ negentiende-eeuwse roman ongekend modern. Er gaat, ook voor mij als eenentwintigste-eeuws schrijver en lezer, een dwingende aantrekkingskracht van uit.
De Pop biedt een panorama van het maatschappelijk leven in het Polen en Europa van de tweede helft van de negentiende eeuw. Met veel gevoel voor detail herschept Prus voor onze ogen de grootsteedse beelden van dat tijdperk - hij laat ons de smaak ervan proeven, de geur, en de toen heersende mode en fascinaties. Hoofdthema is het verhaal van Stanisław Wokulski, koopman en voormalig opstandeling, vertegenwoordiger van de in kracht toenemende Poolse bourgeoisie, in een tussen drie bezetters verscheurd land dat toen niet op de wereldkaart voorkwam. In feite is het de geschiedenis van de liefde die de hoofdpersoon koestert voor de mooie aristocrate Izabella, een liefde die gedoemd was te mislukken in een standenmaatschappij. Wokulski is echter veel meer dan alleen een romantisch ongelukkig verliefde man; hij is het prototype van de moderne selfmade man, een onafhankelijk, reflectief en ambitieus man, die voor zijn eigen ambities en onafhankelijkheid niettemin de prijs betaalt van een intens gevoel van vervreemding. In die zin is Wokulski een van de meest eenzame personages in de literatuur.
Het is fascinerend hoe De pop meteen al binnen haar hoofdthema buiten het kader treedt van de negentiende-eeuwse zedenroman; de geschiedenis van een onvervulde liefde wordt een metafoor voor de zoektocht naar de eigen identiteit, een vivisectie van de mechanismen van verlangen en verwikkeling en ook een precieze beschrijving van het proces van het verwerven van vrijheid.
Daarbij wordt mijn bijzondere sympathie gewekt door het personage van Ignacy Rzecki, de met zijn werkgever bevriende klerk in de winkel van Wokulski. In zijn Dagboek van een oude klerk, dat deel uitmaakt van deze roman en vertelt over zijn betrokkenheid bij de Hongaarse opstand van 1848, toont Rzecki zich aan ons als ‘een man van de negentiende eeuw’, een slachtoffer van de mechanismen van de geschiedenis, waaruit Wokulski zich juist zo hartstochtelijk wenst te bevrijden.
Deze complexe roman heeft stilistisch alle charmes van het in zijn tijd geldende realisme maar weet tegelijkertijd het raamwerk van de burgerlijke realistische roman te doorbreken - er is iets dat verder gaat en wat maakt dat we het verhaal lezen als een grote metafoor. Het is precies daarom dat ik De Pop beschouw als de grootste, maar ook de meest ongrijpbare van alle Poolse romans. Verrassend modern geschreven, open en meerduidig, schept het zijn eigen kwaliteit, zijn eigen genre. Misschien is het juist deze ongrijpbaarheid die op beslissende wijze bijdraagt aan de grootsheid van de roman. De lezer moet zelfstandig vertellijnen verbinden en antwoord geven op tussen de regels gestelde vragen. Doet hij dat, dan zal De Pop voor hem nog een ander, onverwacht aspect toegankelijk maken en voor altijd een van zijn favoriete boeken worden.


Reageer