schwob_logo

marcel
actie
Tove Jansson - Fair Play

2018 | De Geus | € 19,99 | gebonden, 188 blz. | vertaald door Kim Liebrand

Tove Jansson

Fair Play (De Geus)

Boek

Fair play beschrijft de liefde tussen twee vrijzinnige vrouwen op leeftijd, Mari en Jonna. De een is schrijfster, de ander kunstenares, allebei wonen ze in hun eigen appartement in hetzelfde gebouw in Helsinki. Overdag werken ze in hun eigen huis, ’s avonds kijken ze samen oude Franse films, en de zomers brengen ze door in hun huisje op een piepklein onbewoond eiland voor de Finse kust.

In glashelder, filosofisch proza beschrijft Jansson de kleine dagelijkse strubbelingen en de momenten van humor en vreugde, het fundamentele wederzijdse respect en de generositeit die de bouwstenen zijn van een gelukkige relatie. Jansson schreef dit boek op 75-jarige leeftijd en baseerde het verhaal van Mari en Jonna op haar eigen langdurige relatie met kunstenares Tuulikki Pietilä.

Biografie

Tove Jansson

Tove Jansson (1914-2001) verwierf wereldwijde faam als schrijver en tekenaar van de Moemins. De boeken die ze over deze wezens schreef werden in 52 talen vertaald. Jansson was daarnaast een gevierd schilder, cartoonist en illustrator, en schreef romans en korte verhalen die in Finland tot veelgelezen klassiekers zijn uitgegroeid. Haar status in Scandinavië is vergelijkbaar met die van Astrid Lindgren of onze eigen Annie M.G. Schmidt. In Nederland is echter veel van haar werk nooit vertaald, waaronder Fair play, dat in 1989 verscheen.

Vertaler

Kim Liebrand (1981) studeerde Scandinavische talen in Groningen en Stockholm, IJslands in Reykjavik en deed de Master Redacteur/editor in Amsterdam. Ze is literair vertaler Zweeds en IJslands en klantadviseur bij Bibliotheek de Mariënburg in Nijmegen. Eerder werkte ze onder meer voor literair productiehuis Wintertuin en als fondsredacteur bij Uitgeverij De Geus. Ze vertaalde werk van onder anderen Jonas Gardell, Steinar Bragi, Oddný Eir en Tove Jansson.

Fragment

Opnieuw ophangen

Jonna had een prettige eigenschap: elke ochtend ontwaakte ze als in een nieuw leven, dat zich ongerept en smetteloos tot aan de avond uitstrekte, zelden overschaduwd door de zorgen en mislukkingen van de dag van gisteren.

En een andere eigenschap, of beter gezegd een ander talent, dat telkens weer verraste, was haar stortvloed aan ideeën, altijd onverwacht, volstrekt autonoom. Die leefden een tijdlang en werden met verve ten uitvoer gebracht, tot ze plotseling werden weggevaagd door een nieuw idee dat zijn plaats opeiste. Zoals nu met dat inlijsten. Een paar maanden geleden had Jonna het idee opgevat om een deel van de collega’s in te lijsten die Mari aan de muur had hangen. De lijsten werden prachtig, maar toen ze klaar waren om opgehangen te worden, werd Jonna door andere ideeën en beelden in beslag genomen en de werken bleven her en der op de vloer staan. ‘Tot nader order’, zei Jonna. ‘En trouwens, alles wat je hebt verzameld zou opnieuw opgehangen moeten worden, helemaal van nul af aan. Deze indeling is hopeloos conventioneel.’

Mari wachtte af en zei niets. Eigenlijk voelde het wel prettig omringd te zijn met het onvoltooide, een beetje alsof je net was verhuisd en alles nog niet zo serieus hoefde te nemen.

En in al die jaren had ze geleerd om de plannen die Jonna met een geheimzinnige mengeling van perfectionisme en nonchalance uitvoerde niet te verstoren; niet iedereen kon zulke dingen goed begrijpen. Er zijn gewoon mensen die niet bij hun fixaties mogen worden gestoord, of het nou om grote of om kleine dingen gaat; een waarschuwing kan ervoor zorgen dat de zin ogenblikkelijk omslaat in onvrede en dan is alles verpest.

Ononderbroken en in gewijde afzondering kunnen werken. Met allerhande materialen spelen en ze vormen, een spel dat plotseling, ogenschijnlijk willekeurig, onweerstaanbaar lijkt en alle andere activiteit onmogelijk maakt. Uit een plotselinge behoefte aan zakelijkheid alles repareren wat kapot is, in huis of bij collega’s met twee linkerhanden. Dingen bruikbaar maken, ze verfraaien, of ze simpelweg, tot ieders opluchting, naar eigen inzicht afdanken. Hele periodes alleen maar lezen, dag in, dag uit, periodes waarin muziek luisteren het enige is waar ze zich voor kan interesseren – om maar een paar van Jonna’s periodes te noemen. Ze werden telkens abrupt onderbroken door een paar dagen vol onrust en verveling, onbestemde dagen waarin een nieuwe richting werd gezocht. Het was altijd hetzelfde en nooit anders, en op zulke dagen van leegte waren inbreuken als voorstellen en raad volstrekt ondenkbaar.

Op een keer constateerde Mari: ‘Jij doet alleen maar waar je zelf zin in hebt.’

‘Uiteraard,’ zei Jonna, ‘dat spreekt toch vanzelf.’ En ze keek Mari glimlachend aan, een beetje verbaasd.

En toen brak die dag in november aan waarop alles in Mari’s atelier moest worden opgehangen, heringedeeld, vernieuwd en een heel andere betekenis moest krijgen, gravures, schilderijen, foto’s, kindertekeningen en allerhande liefdevol opgespelde kostbaarheden die in de loop der tijd hun herinnering en betekenis waren verloren. Mari had een hamer, spijkers en schilderijhaakjes, staaldraad, een waterpas en nog wat andere hulpmiddelen gepakt. Jonna had alleen een rolmaat bij zich.

Ze zei: ‘We beginnen met een erewand. Die moet natuurlijk helemaal symmetrisch zijn. Maar grootvader en grootmoeder hangen te ver bij elkaar vandaan, en trouwens, het kan via de kachelpijp naar binnen regenen op grootvader. En de gewassen tekening van je moeder hangt op een te onopvallende plek, die moet hoger. Die sierspiegel is idioot, die hoort hier niet, we moeten het wel strak houden. Dat zwaard kan ermee door, hoewel het een beetje pathetisch is. Hier, meet dit eens, het is zeven of zesenhalf. Geef dat ding eens aan.’

Mari gaf haar het ding en zag hoe de muur een nieuwe indeling kreeg die niet meer traditioneel was maar bijna provocerend.

‘Nu,’ zei Jonna, ‘nu halen we die prullaria weg waar je eigenlijk niks om geeft. We bevrijden de muren, dit wordt een expositie zonder kitsch overal. Stop ze maar in een van je schelpendoosjes of stuur ze naar een kinderboekenmuseum.’

Mari overwoog snel of ze beledigd of opgelucht moest zijn, nam nog geen besluit en zei niets. Jonna ging verder, haalde dingen weg en hing ze weer op, haar hamerslagen leidden een nieuw tijdperk in. Ze zei: ‘Ik weet het, het is niet gemakkelijk om dingen weg te doen. Jij schrapt woorden, hele bladzijden, lange, onmogelijke verhalen, en het voelt goed wanneer het achter de rug is. Zo is het ook met het wegdoen van kunstwerken, een schilderij het recht ontnemen om aan een muur te hangen. En het meeste heeft er te lang gehangen, je ziet het niet meer. Het beste wat je hebt, zie je niet meer. En ze helpen elkaar om zeep omdat ze verkeerd zijn opgehangen. Kijk, dit is iets van mij en dit is jouw tekening, ze zitten elkaar in de weg. We moeten afstand houden, dat is noodzakelijk – tenzij je ze laat clashen om te provoceren! Het is gewoon een kwestie van aanvoelen … Er moet een soort verrassingseffect ontstaan als mensen hun blik laten gaan over een muur die met kunst is volgehangen, we moeten het ze niet te gemakkelijk maken, laat ze hun adem inhouden en opnieuw kijken omdat ze het niet kunnen laten, nog eens moeten nadenken, zelfs geërgerd raken. We geven onze collega’s een betere belichting. Waarom heb je hier zo veel ruimte tussen gelaten?’

‘Ik weet het niet’, zei Mari, maar ze wist het wel, ze begreep het plotseling heel goed; dat ze diep van binnen helemaal niet van die collega’s hield die zulk onmiskenbaar mooi werk hadden gemaakt. Mari ging opletten. Terwijl ze toekeek hoe Jonna alles ophing, kreeg ze de indruk dat alles, ook hun leven samen, nu op de juiste manier beoordeeld werd en zijn definitieve plek kreeg, een samenvatting uitgedrukt in afstand of vanzelfsprekende concentratie. De kamer veranderde radicaal.

Toen Jonna de rolmaat weer mee naar huis had genomen, verwonderde Mari zich er de hele avond over hoe gemakkelijk het was om de simpelste dingen eindelijk te begrijpen.

Leesclubs

Er zijn nog geen leesclubs gepland voor dit boek. Houd onze agenda in de gaten!

Reacties

‘Verwacht een werk van filosofische kalmte en discrete radicaliteit. Dit is zeer grote kunst.’ – Ali Smith

‘Janssons proza is wonderbaarlijk: helder en zo precies dat het adembenemend is.’ ­– Daily Telegraph

‘Een boek over liefde – teder, excentriek en uiterst onafhankelijk van geest. Het voelt als een privilege het te mogen lezen.’ – Esther Freud