schwob_logo

marcel
actie
Thomas Bernhard - Houthakken

2019 | IJzer | € 22,50 | paperback, 192 blz. | vertaald door Chris Bakker en Pauline de Bok

Thomas Bernhard

Houthakken (IJzer)

Boek

In Houthakken doet de ik-verteller verslag van zijn waarnemingen, associaties, herinneringen, gedachten en gevoelens tijdens een avondmaaltijd bij het echtpaar Auersberger in de Gentzgasse in Wenen.

Op deze avond komt hij na jaren ongewild weer in aanraking met de kring van kunstenaars waarvan hij als beginnend schrijver zelf ooit deel heeft uitgemaakt, maar waarvan hij zich meer dan twintig jaar geleden heeft gedistantieerd. Om de avond glans te verlenen hebben de Auersbergers een acteur van het Weense Burgtheater uitgenodigd, die echter pas na middernacht arriveert omdat hij eerst nog als Ekdal in De wilde eend van Henrik Ibsen moet optreden. De avond ontwikkelt zich tot een beproeving voor de ik-verteller, die het gezelschap vanuit een oorfauteuil observeert en zich naarmate de avond vordert meer en meer opwindt over wat er van het gezelschap en van hemzelf in de loop van de tijd geworden is.

Biografie

De Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard (1931-1989) is in Nederland geen onbekende. Zijn toneelstukken worden met enige regelmaat opgevoerd en ook enkele van zijn romans en verhalen zijn niet onopgemerkt gebleven. Houthakken (1984) is een hoogtepunt in het oeuvre van Thomas Bernhard – Reich-Ranicki rekent de roman tot de 'Kanon der deutschen Literatur' en Harold Bloom heeft het boek opgenomen in 'The Western Canon'.

Vertaler

Pauline de Bok (1956) is schrijver en literair vertaler Duits. Ze geeft les aan de Vertalersvakschool in Amsterdam en is lid van het organisatiecomité van de Literaire Vertaaldagen. De Bok studeerde theologie en filosofie, en op latere leeftijd Duits aan de UvA en literair vertalen aan de Universiteit Utrecht, waar ze afstudeerde op (het vertalen van) proza en poëzie van de Oost-Duitse schrijver Wolfgang Hilbig. Ook vertaalde ze werk van onder anderen Sherko Fatah, Wolfgang Herrndorf en Kristine Bilkau.

 

Chris Bakker studeerde wis- en natuurkunde in Utrecht, promoveerde op een proefschrift over magnetische resonantie en was als onderzoeker werkzaam bij de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie en het UMC Utrecht. Van 2015 tot 2017 volgde hij de opleiding tot literair vertaler uit het Duits aan de Vertalersvakschool te Amsterdam. Sindsdien houdt hij zich bezig met het bestuderen en vertalen van de late prozawerken van Thomas Bernhard, met vertaalwetenschap en vertaalfilosofie en met de ontwikkeling van een Collectief Vertaalgeheugen van en voor literair vertalers.

Fragment

Ik wist niet hoe zij wisten dat Joana zich opgehangen had, waarschijnlijk ook van de kruidenierster uit Kilb en ongetwijfeld had deze Kilbse vriendin hun hetzelfde verteld als mij, maar niet zoveel als mij, dacht ik, want anders zouden de Auersbergersen me veel meer verteld hebben dan ze me nu over de zelfmoord van Joana verteld hadden. Vanzelfsprekend zouden ze op de begrafenis in Kilb zijn, zei de Auersbergerse, dacht ik, en ze zei het zo alsof het voor mij helemaal niet vanzelfsprekend was om naar de begrafenis van Joana te gaan, alsof ze me nu meteen al het verwijt maakte dat ik, hoewel ik toch net als zij zoveel jaren, al tientallen op de innigste wijze met Joana bevriend was geweest, weleens niet naar de begrafenis van Joana zou kunnen gaan, mij inderdaad zelfs uit gemakzucht aan de begrafenis van de met ons allen bevriende Joana zou kunnen onttrekken en de manier waarop ze zei wat ze tegen me zei, dacht ik, was inderdaad in wezen beledigend geweest, evenals het feit dat de Auersbergerse me weliswaar op de begrafenis van Joana in Kilb zou zien, maar mij los daarvan al vandaag en hier en nu op de Graben voor aanstaande dinsdag, dus de begrafenisdag van Joana, voor hun zogenaamde kunstzinnige avondmaal in de Gentzgasse uitnodigde. In werkelijkheid heb ik Joana door Auersberger leren kennen, op een verjaardagsfeest voor de man van Joana op de Sebastiansplatz in het derde district ruim dertig jaar geleden; er was een zogenaamd atelierfeest geweest, waar bijna alle Weense kunstenaars van naam naartoe waren gekomen. Joana’s man was een zogenaamde tapijtkunstenaar, een tapijtwever dus, van origine schilder, die halverwege de jaren zestig ooit de grote prijs van de Biënnale van São Paulo had gewonnen voor een van zijn tapijten. Alles hadden ze van Joana verwacht, alleen niet dat ze zelfmoord zou plegen, zeiden de echtelieden Auersberger op de Graben en voor ze doorliepen met hun pakjes lieten ze weten dat ze alles van Ludwig Wittgenstein hadden gekocht om zich de komende tijd met Wittgenstein bezig te houden. Waarschijnlijk zat Wittgenstein in het kleinste pakje, dat aan de rechteronderarm van de Auersbergerse hing, dacht ik. En opnieuw dacht ik dat het een grote fout geweest was om de uitnodiging van de echtelieden Auersberger aan te nemen, temeer daar ik dat soort uitnodigingen überhaupt haat en die voor kunstzinnige avondmaaltijden ga ik al tientallen jaren uit de weg, want die heb ik nog tot na mijn veertigste vaak genoeg bezocht om ze grondig te leren kennen en ik ken nauwelijks iets afstotenders.

 

Reacties

Bas Heijne schreef in NRC Handelsblad van 15 juli 1994, dat Bernhard in zijn latere boeken groots kan zijn, zoals in Holzfällen ‘dat jammer genoeg niet werd vertaald en ook wel nooit vertaald zal worden’.

En in het NRC van 9 maart 2007 noemde hij Holzfällen ‘De leukste roman die ik ooit las blijkt na herlezing ook een van de pijnlijkste te zijn.’.

‘Waarom is Bernhard hier buiten zijn toneelwerk nauwelijks bekend en waarom is zijn boek Holzfällen nog steeds niet vertaald?’ vroegen Jeroen van Kan en wijlen Wim Brands zich nog niet zo lang geleden af in de VPRO-serie Verzonken boeken.