schwob_logo

marcel
actie
Leonora Carrington - Alle verhalen

2018 | Orlando | € 20,- | gebonden, 224 blz. | vertaald door Lisette Graswinckel en Nelleke van Maaren

Leonora Carrington

Alle verhalen (Orlando)

Boek

Een meisje wil niet naar een debutantenbal en vraagt een hyena om in haar plaats te gaan; een paard neemt je mee naar het huis van Angst; een verliefde fruitverkoper kan geen afscheid nemen van zijn overleden vrouw…

De surreële wezens, dieren en personages die haar schilderijen bevolken komen overtuigend tot leven in de verhalen van de kunstenares en schrijfster Leonora Carrington. Ze neemt de lezer mee naar een andere realiteit die tegelijkertijd vervreemdend én herkenbaar is, waar het even logisch om vriendschap te sluiten met een hyena als om twee kolen te zien vechten in het bos. Grimmig maar ook geestig, puur en onopgesmukt.

Haar hele leven schreef Leonora Carrington korte verhalen en ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag zijn deze in 2017 voor het eerst verzameld. Hiermee is deze bundel een unieke illustratie van het talent en de ongekende verbeeldingskracht van een bijzondere kunstenaar.

Biografie

Leonora Carrington

Leonora Carrington (1917-2011) werd in 1917 geboren in Lancashire, Engeland. In 1937 ontmoette ze op een feestje de surrealistische kunstenaar Max Ernst. Samen met hem vertrok ze naar Parijs, waar ze kennismaakte met de groep surrealistische kunstenaars rond André Breton. In 1942 emigreerde ze naar Mexico, waar ze tot haar dood in 2011 woonde en werkte. Zij schreef, schilderde en beeldhouwde en wordt inmiddels gerekend tot een van de grootste surrealistische kunstenaars. De afgelopen jaren was haar werk op verschillende internationale tentoonstellingen te zien, en in Mexico is in onder andere San Luis Potosí een museum gewijd aan haar werk.

Vertaler

Lisette Graswinckel (1979) is literair vertaler en cultuurwetenschapper. Ze vertaalde onder meer werken van Edna Ferber, Joseph Conrad en Edith Wharton. Ook heeft ze onder meer lesgegeven op de Vertalersvakschool en de ITV Hogeschool voor tolken en vertalen.

Fragment

De debutante

In de tijd dat ik als debutante mijn intrede in de grote wereld deed, ging ik dikwijls naar de dierentuin. Ik ging zo dikwijls omdat ik meer contact had met dieren dan met meisjes van mijn leeftijd. Elke dag ging ik naar de dierentuin, om me te onttrekken aan de mensenwereld. Het dier dat ik daar het beste kende, was een jong hyenavrouwtje. Zij kende mij ook. Ze was heel intelligent. Ik leerde haar Frans en om iets terug te doen, leerde zij mij haar taal. Zo brachten we heel wat aangename uurtjes door.

Ter gelegenheid van de eerste mei zou mijn moeder een bal voor mij geven. Nachtenlang lag ik ervan wakker. Ik heb altijd een hekel gehad aan feesten, zeker als ze ter ere van mijzelf worden gegeven. Heel vroeg in de ochtend van de eerste mei 1934 zocht ik de hyena op.

‘Wat een ellende,’ zei ik tegen haar, ‘vanavond moet ik naar mijn feest.’

‘Jij hebt maar geluk,’ zei ze, ‘ik zou dolgraag gaan. Ik kan dan wel niet dansen, maar ik kan op zijn minst een gesprek voeren.’

 ‘Er is ontzettend veel te eten,’ zei ik. ‘Ik heb karrenvrachten eten zien arriveren.’

‘En jij zit je daar te beklagen!’ riep de hyena vol verachting. ‘Ik krijg hier maar één keer per dag te eten, en derotzooi die ze me dan af en toe voorzetten!’

Plotseling kreeg ik een idee dat me bijna in lachen deed uitbarsten. ‘Jij zou in mijn plaats kunnen gaan!’

‘We lijken niet genoeg op elkaar, anders zou ik het wel doen,’ zei de hyena wat verdrietig.

‘Luister eens,’ zei ik, ‘in dat schemerige avondlicht ziet niemand iets. Als je je een beetje verkleedt, val je niet op tussen al die mensen. Bovendien zijn we bijna even lang. Jij bent mijn enige vriendin, doe het voor mij.’

Over dat laatste dacht ze even na. Ik begreep dat ze van plan was op mijn voorstel in te gaan. ‘In orde,’ zei ze plotseling.

Zo vroeg in de ochtend waren er maar weinig oppassers. Onmiddellijk opende ik haar kooi en een ogenblik later stonden we op straat. Ik hield een taxi aan. Thuis lag iedereen nog in bed. In mijn kamer haalde ik de jurk tevoorschijn die ik die avond zou dragen. Hij was wat lang en de hyena kon nauwelijks op mijn schoenen met hoge hakken lopen. Ik zocht handschoenen om haar handen, die veel hariger waren dan de mijne, te bedekken. Toen de zon mijn kamer binnenviel, kon de hyena min of meer rechtop een paar rondjes lopen. We waren zo druk bezig dat mijn moeder, die me goedemorgen kwam wensen, bijna de deur opendeed voor de hyena zich onder mijn

bed kon verstoppen.

‘Het stinkt in je kamer,’ zei mijn moeder en ze deed het raam open. ‘Voor vanavond moet je maar een lekker bad nemen met mijn nieuwe badzout.’

‘Natuurlijk,’ zei ik.

Ze bleef niet lang. Ik geloof echt dat de lucht haar te machtig werd.

‘Zorg dat je op tijd aan het ontbijt bent,’ zei ze en ze liep de kamer uit.

Het grootste probleem was wat we aan het gezicht van de hyena moesten doen. Urenlang zochten we naar een oplossing; alles wat ik voorstelde wees zij onmiddellijk van de hand. Ten slotte zei ze: ‘Ik geloof dat ik iets weet. Hebben jullie een dienstmeisje?’

‘Ja,’ zei ik verbaasd.

‘Goed, dan weet ik wat. Je belt het meisje en als ze binnenkomt, storten we ons op haar en scheuren haar gezicht af. Dat gezicht zet ik dan vanavond op, over het mijne heen.’

‘Dat is niet zo handig,’ zei ik. ‘Waarschijnlijk gaat ze dood als ze geen gezicht meer heeft en dan vinden ze het lijk en gaan wij de gevangenis in.’

‘Ik heb trek genoeg om haar op te eten,’ antwoordde de hyena.

‘En de botten dan?’

‘Die eet ik ook op,’ zei ze. ‘Afgesproken dan?’

‘Alleen als je belooft dat je haar doodmaakt voor je haar gezicht afscheurt. Anders doet het te veel pijn.’

‘Best hoor, mij maakt het niet uit!’

Toch wel een beetje zenuwachtig belde ik Marie, het meisje. Ik zou het natuurlijk nooit hebben gedaan als ik niet zo’n hekel aan feesten had gehad. Toen Marie binnenkwam, wilde ik niets zien en ging met mijn gezicht naar de muur staan. Een korte kreet en het was voorbij. Terwijl de hyena zat te eten keek ik uit het raam. Een paar minuten later zei ze: ‘Ik kan niet meer. Er zijn nog twee voeten over. Als je een tasje hebt, eet ik die later op de dag wel op.’

‘In de kast ligt een tasje met Franse lelies erop geborduurd. Neem dat maar, gooi de zakdoeken die erin zitten er maar uit.’

Ze deed wat ik zei. Toen riep ze: ‘Draai je nu maar om en kijk eens hoe mooi ik ben!’ De hyena stond zichzelf voor de spiegel te bewonderen met het gezicht van Marie op. Heel zorgvuldig had ze rondom het gezicht alles weggegeten zodat wat overbleef precies paste.

‘Je hebt het keurig gedaan,’ zei ik.

’s Avonds zei de hyena tegen me, toen ze helemaal aangekleed was: ‘Ik voel me fantastisch in vorm! Ik denk dat ik vanavond veel succes zal hebben.’

Toen we de muziek beneden al een tijd hadden horen spelen, zei ik tegen haar: ‘Ga nu maar en denk erom dat je niet naast mijn moeder gaat zitten, zij merkt zeker dat je mij niet bent. Verder ken ik niemand. Veel succes!’ Ik omhelsde haar toen ze de kamer uitging; het was waar dat er een sterke geur om haar heen hing.

Inmiddels was het donker geworden. Vermoeid door alle emoties van de dag nam ik een boek en ging in alle rust bij het open raam zitten. Ik herinner me dat ik Gullivers reizen van Jonathan Swift las. Het zal ongeveer een uur later zijn geweest toen het eerste teken van naderend onheil zich voordeed. Met schelle kreetjes fladderde een vleermuis door het raam naar binnen. Ik ben doodsbang voor vleermuizen. Sidderend van angst verstopte ik me achter een stoel. Nauwelijks lag ik daar op mijn knieën of het vleugelgefladder werd overstemd door allerlei kabaal bij de deur van mijn kamer. Mijn moeder stormde binnen, lijkbleek van woede.

‘We zaten nog niet aan tafel,’ riep ze, ‘of dat ding dat op jouw plaats zat, stond op en riep: “Ik stink wel een beetje, hè? En taart eet ik niet!” Vervolgens trok ze haar gezicht af en at het op. En met een grote sprong verdween ze door het raam.’

(1937-1938)

Reacties

"Ze [Carringtons verhalen] werken het best op zichzelf, als geestverruimend middel. Als uitnodiging om de coherentie van onze veronderstelde realiteit los te laten, en mee te gaan in de stroom van met pauwenveren uitgedoste dames en heren, achter de vrouw met de mooie voeten aan, die wedijvert met de maan."

Lees verder

- Persis Bekkering, De Volkskrant (****)

‘Wat goed dat deze kostelijke ontregelingen weer beschikbaar zijn. Carrington laat ons lachen, gruwen, en genieten van beelden die je bij niemand anders zult aantreffen.’

Lees verder

- Arjan Peters, de Volkskrant

"Macabere sprookjes lijken het, waarin de grens tussen leven en dood vloeibaar is. Zwarte verhalen, waarin de natuur en de vergankelijkheid zich opdringen. Maar tegelijk getuigen ze van een scherpe kijk op de conventies waarmee het leven gepaard gaat."

Lees verder

- Literair Nederland

‘Carrington lezen is een literaire trip. Zij is een grote bron van inspiratie voor veel schrijvers en kunstenaars. Op onnavolgbare wijze weet zij de onaangename dagelijkse realiteit naar een nieuwe werkelijkheid om te buigen: fantasievol, grimmig, geestig en surrealistisch.’

- Emily Kocken, schrijfster van De kuur

‘Haar woorden zijn net zo puur, onopgesmukt en geestig als de inhoud wild, verwarrend en onzagwekkend is.’

- Times Literary Supplement

‘Her delirious fantasy reveals to us a little of the secret magic of her paintings.’

- Luis Buñuel