schwob_logo

marcel
actie
Jean de La Ville de Mirmont - De zondagen van Jean Dézert

2020 | Oevers | € 15,00 | paperback met flappen, 124 blz. | vertaald door Mirjam de Veth

Jean de La Ville de Mirmont

De zondagen van Jean Dézert (Oevers)

Boek

Jean Dézert is een onopvallende kantoorklerk. Op straat krijgt hij geregeld reclamebiljetten in handen gedrukt, die hij bewaart. Hij besluit uit dit materiaal een programma samen te stellen, waarmee hij de zondag kan doorbrengen. Zo bezoekt hij een oosters bad met massage door blinden, een vegetarisch anti-alcoholrestaurant, waarna het tijd is voor de waarzegster, dan bioscoop-bezoek, diner met champagne en tot slot een lezing over seksuele hygiëne in een apotheek. Zijn leven verandert abrupt als hij Elvire ontmoet, een pronte jongedame. Kort daarop zijn ze verloofd en zullen gaan trouwen, maar Elvire ziet plotseling van het huwelijk af.

Biografie

Ville de Mirmont

Jean de La Ville de Mirmont (1886-1914) werd geboren in een aristocratische familie in Bordeaux en raakte in Parijs bevriend met François Mauriac (winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1952). Zijn leven was kort en zijn oeuvre klein: de roman De zondagen van Jean Dézert, een gedichtenbundel, een verzameling verhalen, en brieven. Hij sneuvelt in 1914 aan het front, nog geen achtentwintig jaar oud.

Vertaler

Mirjam de Veth vertaalde werk van o.a. Louis Aragon, Albert Cossery, Denis Diderot, Marie Darrieussecq, Louis Guilloux en André Gide. Naar aanleiding van haar vertaling van Les saisons van Maurice Pons, ontving zij in 2009 de Dr. Elly Jaffé Prijs voor haar gehele vertaaloeuvre. Zij publiceerde over Franse literatuur in De Parelduiker en De Groene Amsterdammer.

Fragment

Jean Dézert staat om acht uur op. Hij maakt zelf zijn koffie met melk, op een gasstelletje. Klokslag negen gaat hij naar zijn kantoor in de Rue Vaneau. Zijn maaltijden gebruikt hij verstrooid in een eethuisje. Het gebeurt maar hoogstzelden dat hij 's avonds met zijn collega's uit eten gaat, want hij houdt van kaarten noch politiek, en kan niet discussiëren.

Bij zijn werk hoeft hij nauwelijks zelf na te denken. Hij moet voorgedrukte formulieren invullen en stukken doorgeven of overdragen, al naar gelang, aan andere afdelingen. En bovendien dient hij vooral het verschil niet over het hoofd te zien tussen 'te kennen geven' en 'in kennis stellen van'.

Fantasie, dat is mooi voor buiten kantooruren, en vooral voor de zondag. De zondag is Jean Dézert zijn lust en zijn leven. Hij is gesteld op die dag die maar zo weinigen weten te waarderen. Hij wordt het niet moe langs de boulevards te kuieren en te dwalen. Als hij getrouwd was zou hij achter een kinderwagen lopen, zoals ieder ander.

In de tijd van de omnibussen mocht hij graag, gezeten op de imperiaal, helemaal meerijden van het vertrek- tot aan het eindpunt. Zo heeft hij heel wat reclameborden gelezen en gemijmerd over de naam van veel industriëlen.

Dat is zo zijn vertier. Hij kan dat naar eigen goeddunken kiezen. Wat zijn liefdesleven betreft, daar doet hij heel geheimzinnig over. Hij zal hooguit bekennen dat hij in de troebele begindagen van zijn geslachtsrijpe leeftijd een Duitse onderwijzeres liefhad en een winkeldame het hof maakte. Bovendien (voegt hij er uit bescheidenheid aan toe) werd dat bepaald door het toeval; zonder de invloed van de omstandigheden zouden een typiste of een pianolerares dezelfde rol hebben kunnen vervullen in zijn goed geordende bestaan.

Jean Dézert heeft het nooit over zijn familie. Ik weet inmiddels dat hij het levenslicht aanschouwde in een grote stad in het zuidwesten van het land. Zijn vader vervulde de functie van onderdirecteur van de gasfabriek. Aan de overkant van de straat lag het protestantse kerkhof. Het regende sintels op een jeugd die werd afgebakend door een horizon met cipressen. Die informatie is waarschijnlijk waardevol voor een karakterstudie van Jean Dézert. Het helpt op zijn minst begrip te hebben voor het geduld en de lijdzaamheid van zijn ziel, de bescheidenheid van zijn wensen en de betreurenswaardige traagheid van zijn verbeelding. Want, let wel, Jean Dézert heeft in zijn dromen nooit verre reizen gemaakt. Zou hij wel eens bedenken dat er een planeet bestaat waar men altijd van elkaar houdt?

Reacties

‘Je zou bijna denken dat Jean de La Ville een nieuwe mystificatie van Arnon Grunberg is. Vanaf de eerste regels was ik in zijn ban.’ – Alle Lansu, Het Parool

‘In alle opzichten een tijdloze roman vol humor, in een sublieme stijl geschreven. Er valt dan ook geen excuus te verzinnen om dit meesterwerk ongelezen te laten.’ – Cutting Edge

‘Klein literair juweel.’ – BoekenBijlage

‘Juweeltje van een boek. Franse evenknie van Nescio.’ – Gerda Aukes, Boekhandel Den Boer Baarn

'Door de droge, ironisch-onderkoelde verteltrant van de alwetende verteller is de roman ook een eeuw na dato nog uitermate geestig.' - Margot Dijkgraaf in NRC

‘Een prachtig werk, uitstekend vertaald door Mirjam de Veth, die ook een boeiend nawoord schreef.’ – Stefanie Schulte, Boekhandel Het Leesteken

‘Wie – met de muziek van latere groten Ionesco, Beckett en Camus in de oren – goed luistert, hoort onder het laconiek-ironisch georkestreerde verhaal de absurditeit, en die hoedanigheid is het, die veroorzaakt dat wij De zondagen van Jean Dézert als zo ‘modern’ ervaren.’ – Willem Kuipers, Volkskrant

'Alleen op zondag – eigenlijk speelt alles in de roman zich af op zondagen – gaat hij op pad. Hij laat zich daarbij leiden door reclamefolders die zijn uitgedeeld op straat. Wat volgt zijn korte, vreemde ontmoetingen die, mede dankzij de vertaling van Mirjam de Veth, nog steeds een genot zijn om te lezen. Ook de beschrijving van zijn ontmoetingen (op zondag natuurlijk) met het meisje Elvire, al gauw zijn verloofde, is droog, licht cynisch en onvergetelijk.' - NRC