schwob_logo

marcel
actie
Alice Walker - De kleur paars

2020 | De Geus | € 21,50 | paperback, 320 blz. | vertaald door Robert Dorsman

Alice Walker

De kleur paars (De Geus)

Boek

Georgia aan het begin van de 20e eeuw. Celie wordt op 14-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan Mister die haar verbaal en fysiek mishandelt. Celie schikt zich in haar lot. In brieven aan God beschrijft ze haar dagelijkse realiteit: haar ondermijnende echtgenoot, de uitzichtloze armoede en de afstand van haar geliefde zus. Maar zich verzetten doet ze niet. Tot ze Shug Avery ontmoet, een verfijnde, vrijgevochten zangeres, die haar lot in eigen handen neemt. Langzaamaan herwint Celie een gevoel van eigenwaarde. Ze maakt zich los van haar verleden en besluit terug te vechten.

Met De kleur paars won Alice Walker als eerste schrijfster van kleur de National Book Award en de Pulitzer Prize. Door de verfilming van Steven Spielberg met onder andere Whoopy Goldberg en Oprah Winfrey werd het verhaal in de jaren ’80 wereldberoemd.

Biografie

Alice Walker

Alice Walker (1944) is schrijfster, dichteres en feministe. Ze schreef romans, verhalenbundels, kinderboeken, essays en poëzie. De kleur paars werd een moderne klassieker en is verfilmd door Steven Spielberg.

Vertaler

Robert Dorsman (Utrecht, 1955) vertaalt proza en poëzie uit de VS, Zuid-Afrika en de Cariben. Hij vertaalde werk van een groot aantal schrijvers en dichters, onder wie John Updike, Lewis Nkosi, Antjie Krog, Wilma Stockenström, Sello Duiker, Etienne van Heerden, Marlene van Niekerk, Zakes Mda, Caryl Phillips, Chinua Achebe, Alice Walker, Zora Neale Hurston en Bryan Washington. Dorsman stelde samen met Adriaan van Dis O wye en droewe land samen, een bloemlezing uit poëzie in het Afrikaans.

Fragment

Beste God,

Sofia maakt een hond nog aan het lachen als ze het heeft over die mensen waar ze voor werkt. Ze hebben nog het lef om ons de schuld te geven dat de slavernij is mislukt, zei Sofia. Alsof wij te stom waren om ermee om te gaan. En wij maar de handvatten van schoffels af laten breken en wij maar de ezels loslaten in het graan. Hoe het kan dat wát zij ook in elkaar flansen het maar een dag houdt, is mij een raadsel. Ze zijn achterlijk, zei ze. Onbeholpen en ongelukkig.

Burgemeester heeft een nieuwe luxewagen gekocht voor Miss Millie, want, had zij gezegd, als mensen van kleur zich een luxewagen konden veroorloven, dan had zij er allang een gehad moeten hebben. Hij heeft dus een wagen voor haar gekocht, alleen vertikt hij het haar te leren hoe ze hem moet besturen. Elke dag komt hij thuis uit de stad, kijkt naar haar, kijkt uit het raam naar haar auto, zegt: Heb je er plezier van, Miz Millie. Ze komt als gestoken van de sofa af, slaat de deur van de wc met een klap achter zich dicht.

Ze heeft geen vriendinnen.

Dus op een dag zei ze tegen mij – de luxewagen stond al twee maanden ongebruikt in de tuin: Sofia, kan jij rijden? Ze zal zich hebben herinnerd dat ze mij tegen Buster Broadnax’ wagen had zien staan. Yes, ma’am, zei ik. Ik sta net te slaven op die stijl beneden aan de trap. Ze doen altijd zo eigenaardig over dat ding. Er mogen geen vingerafdrukken op komen, nooit.

Denk je dat je het mij kan leren? zei ze.

Een van Sofia’s kinderen kwam binnen, de oudste jongen.

Een knappe slungel, altijd heel serieus. En heel vaak boos.

Hij zei: Je moet niet ‘slaven’ zeggen, mama.

Sofia zei: Waarom niet? Ze houden me in een voorraadkamer onder het huis, nauwelijks groter als Odessa’s veranda, en ongeveer even warm in de winter. En ik sta altijd op afroep voor hun klaar, dag en nacht. Ik mag mijn kinderen niet zien.

Ik mag geen manvolk ontvangen. Nou ja, na vijf jaar mag ik jou zien een keer per jaar. Ik ben een slaaf, zei ze. Hoe zou jij het dan noemen? Gevangene, zei hij.

Sofia ging door met haar verhaal, ze keek naar hem alsof ze blij was dat hij er een van haar was.

Dus ik zei: Yes, ma’am. Ik kan het u leren, als het dezelfde wagen is waar ik het in heb geleerd.

Voor ik het wist reden ik en Miz Millie op en neer over de weg. Eerst reed ik en keek zij toe, toen wilde zij het een keer proberen en keek ik toe. De weg op en neer. Zodra ik klaar was met het ontbijt, het had geserveerd, de vaat had gedaan en de vloer geveegd – vlak voor ik de post uit de brievenbus aan de weg ging halen – gaven we Miz Millie haar rijles.

Afijn, na een tijdje kreeg ze de slag te pakken, min of meer.

Toen ging het steeds beter. Op een dag kwamen we thuis van het lessen en zei ze tegen me: Ik rij je vandaag naar huis. Het kwam totaal onverwacht.

Naar huis? vroeg ik. Ja, zei ze. Naar huis. Je bent al een tijd niet thuis geweest en hebt je kinderen al een tijd niet gezien, zei ze. Toch? Ik zei: Yes, ma’am. Vijf jaar.

Ze zei: Wat sneu. Pak gauw je spullen bij elkaar. Het is bijna kerst. Pak je spullen. Je mag de hele dag wegblijven.

Voor de hele dag heb ik genoeg aan wat ik aanheb, zei ik.

Goed, zei ze. Goed. Nou, stap dan in.

Tja, zei Sofia. Ik was tijdens het lessen zo gewend naast haar te zitten, dat ik als vanzelfsprekend voorin ging zitten.

Ze stond aan haar kant van de wagen en schraapte haar keel.

Ten slotte zei ze: Sofia – met zo’n lachje – we zijn in het Zuiden.

Yes, ma’am, zei ik.

Ze schraapte haar keel nog eens, lachte ongemakkelijk. Kijk dan waar je zit, zei ze.

Ik zit waar ik altijd zit, zei ik.

Dat is het probleem, zei ze. Heb je ooit een witte en een zwarte naast elkaar in een wagen zien zitten, behalve als de een de ander leert rijden of om de wagen schoon te maken? Ik stapte uit, opende het achterste portier en stapte in. Zij ging voorin zitten. We reisden af over de weg, Miz Millie d’r haar wapperde door het raam naar buiten.

Het landschap is echt heel mooi hier, zei ze toen we de Marshallweg opreden, niet ver van Odessa’s huis.

Yes, ma’am, zei ik.

We reden de tuin in en alle kinderen krioelden rond de wagen. Niemand had hun verteld dat ik zou komen, dus ze wisten niet wie ik was. Behalve de oudste twee. Ze lieten zich tegen me aan vallen en omhelsden me. En toen begonnen alle kleintjes me ook te knuffelen. Ik denk dat ze niet eens merkten dat ik achter in de wagen zat. Odessa en Jack verschenen pas toen ik al was uitgestapt, dus die hadden het niet gezien.

We stonden elkaar allemaal te zoenen en te knuffelen, terwijl Miz Millie toekeek. Ten slotte leunde ze uit het raampje en zei: Sofia, je hebt alleen de rest van de dag. Ik kom je om vijf uur weer ophalen. De kinderen trokken me allemaal het huis in, half over mijn schouder zeg ik: Yes, ma’am, en ik dacht te horen dat ze wegreed.

Maar een kwartier later zei Marion: Die witte dame is er nog steeds.

Misschien wacht ze wel om je straks mee te nemen, zei Jack.

Misschien is ze misselijk, zei Odessa. Jij zegt altijd dat ze zo ziekelijk zijn.

Ik ging even naar haar toe, zei Sofia, en raad eens wat er aan de hand was? Het probleem was dat ze alleen maar wist hoe ze vooruit moest rijden, en daarvoor stonden er gewoon te veel bomen in Jack en Odessa’s tuin.

Sofia, zei ze, hoe gaat dit ding achteruit? Ik leunde door het raam naar binnen om haar te laten zien hoe je de versnelling moest bedienen. Maar ze werd nerveus van alle kinderen en Odessa en Jack die op de veranda naar haar stonden te kijken.

Ik liep om de wagen heen. Stak mijn hoofd door het andere raam en probeerde het uit te leggen. Inmiddels liet ze de versnellingsbak volop ratelen. Plus haar neus was rood en ze keek tegelijk boos en gefrustreerd.

Ik stapte achterin, boog me over de rugleuning van de stoel, probeerde haar kalm uit te leggen hoe de versnellingen werkten.

Er gebeurde niks. Ten slotte maakte de wagen geen geluid meer.

Motor hield ermee op. Geen nood, zei ik, Odessa’s man Jack rijdt u wel even naar huis. Daar staat zijn pick-up.

O, zei ze, maar ik kan toch niet met een zwarte die ik niet ken in diens pick-up meerijden.

Dan vraag ik wel aan Odessa of ze ook even meegaat. Dan had ik even tijd om met mijn kinderen door te brengen, dacht ik. Maar ze zei: Nee, die ken ik ook niet.

Dus het eind van het liedje was dat ik en Jack haar in zijn pick-up naar huis brachten, waarna Jack mij naar de stad reed om een monteur te halen, en om vijf uur reed ik Miz Millies luxewagen terug naar haar huis.

Ik had een kwartiertje met mijn kinderen.

En zij zeurt al maanden dat ik zo ondankbaar ben.

Witte mensen zijn een mirakelse kwelling, zei Sofia.

Reacties

‘Laat een onuitwisbare indruk achter. Alice Walker is een buitengewoon getalenteerde auteur.’ – The New York Times

‘Een fabel voor de moderne wereld.’ – The Washington Post

‘Dit plaatst Walker in het gezelschap van Faulkner.’ – The Nation

'Walker beschrijft haar vrouwelijke personages in zoveel lagen dat het moeilijk is om je niet in een van hen te herkennen, geografie en tijd ten spijt.' - De Standaard der Letteren

'Met stip op je herleeslijstje zetten en aan je (klein)kinderen doorspelen, deze bijna perfecte roman die ook pubers kan bekoren.' - Het Laatste Nieuws