schwob_logo

marcel
actie
Arnold Zweig - De Vriendt keert terug

2020 | Cossee | € 25,99 | gebonden, 296 blz. | vertaald door Jantsje Post en Lilian Caris

Arnold Zweig

De Vriendt keert terug (Cossee)

Boek

Op een mooie zomeravond in 1929 wordt Thora-geleerde, jurist en schrijver Jitschak Jozef de Vriendt in Jeruzalem doodgeschoten. Het is een aanslag in tijden van een uiterst gespannen politieke situatie. Vooral de Joodse internationale pers wijst al snel met de beschuldigende vinger: met de onbetrouwbare Arabieren is geen zaken te doen. Maar Mr Irmin, baas van de geheime dienst bij de Britse mandaathouder, heeft andere vermoedens. Komt de moordenaar uit de kringen van de zionisten, die voor een Joodse staat vechten en in de orthodoxe De Vriendt een verrader zien? Of is de dader eerder te vinden in de clan van de jonge, aantrekkelijke Arabier Saoed, met wie De Vriendt volgens de geruchten een relatie had? En wat staat er in dat manuscript in De Vriendts aktetas, dat hij niemand liet zien?

Als ‘vriend op afstand’ kan Irmin slechts op zijn vermoedens afgaan. Zijn speurwerk in een overweldigend mooi landschap wordt belemmerd door religieus fanatisme en de politieke machtsspelletjes van Arabieren, Joden en Christenen, en iedereen verwijst naar een traditie van meer dan drieduizend jaar oud. Ten slotte bevestigt een anonieme brief Irmin vermoedens en brengt hem op het juiste spoor.

Biografie

Arnold Zweig

Arnold Zweig (Glogau, 1887 – Berlijn, 1968) komt uit een gematigd religieuze joodse familie. Zijn literaire debuut Novellen um Claudia verscheen in 1912. Drie jaar later ontving hij voor de tragedie Ritualmord in Ungarn de prestigieuze Kleist-prijs. In hetzelfde jaar, 1915, werd Zweig soldaat in België bij Verdun. Vanaf 1917 werkte hij bij de persafdeling van de opperbevelhebber van het Oosten. Daar kwam de seculiere Zweig in aanraking met de Asjkenazische Joden, voor hem een onvergetelijke ervaring.

Na de Eerste Wereldoorlog raakte Zweig bevriend met Lion Feuchtwanger en Sigmund Freud. Hij ging naar Berlijn, werd redacteur van Jüdische Rundschau en correspondeerde met Hannah Arendt. In 1927 verscheen zijn bekendste werk, Der Streit um den Sergeanten Grischa (1927), gevolgd door romans, essays en novellen en het eveneens beroemd geworden Das Beil von Wandsbek (1943). Zijn roman De Vriendt kehrt heim (1932) is losjes gebaseerd op het leven van Jacob Israël de Haan en de moord op hem.

Na de machtsovername door de nazi's werden Zweigs boeken openlijk verbrand. Hij vluchtte in 1934 naar Palestina, keerde in 1948 terug en vestigde zich in Oost-Berlijn. In Nederland had Arnold Zweig onder meer contact met Theun de Vries en Victor van Vriesland. Zijn werken zijn in de exil-tijd van 1933-1940 gepubliceerd door uitgeverij Querido.

Meer informatie

Vertaler

Jantsje Post (1963, Sexbierum) studeerde Duits en Vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en de Christian Albrechts Universität in Kiel. Na deze studie heeft ze vanaf 1995 de nodige praktijkervaring opgedaan als freelance vertaalster uit het Duits, Engels en Fries.  Na het volgen van de cursus literair vertalen aan Vertalersvakschool in Amsterdam in 2011/2012 vertaalt ze voornamelijk Duitse literatuur. 

Lilian Caris (1954 Noordwijkerhout) volgde een gymnasium B-opleiding aan het Bisschoppelijk College in Weert. Met haar ouders bracht ze veel vakanties door in Duitsland en Oostenrijk. Tijdens haar studie Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, afstudeerrichting Moderne Letterkunde, las ze veel Duitstalige schrijvers in de brontaal. Na ruim twaalf jaar dienst op het redactiebureau van Het Financieele Dagblad bouwde zij een freelancepraktijk op als persklaarmaakster en correctrice. Dat bracht haar op het idee zelf te gaan vertalen. Daarvoor volgde ze van 2010 tot 2012 de opleiding tot literair vertaler Duits-Nederlands aan de VertalersVakschool in Amsterdam. Sindsdien is ze voornamelijk werkzaam als vertaalster Duits-Nederlands van zowel populaire fictie als literatuur.

Fragment

Een vriend van zijn vrienden

Lolard B. Irmin, de belangrijkste man van de geheime dienst van het bestuur van Judea (Zuid-Palestina), had vandaag een ‘Europese dag’. Zo noemde hij de stemming die hem af en toe overviel. Dan had hij last van hartkloppingen, brak het zweet hem voortdurend uit, verviel hij in lusteloos gepieker en verbaasde zich over alles wat hem bezighield – zijn werk, de stad Jeruzalem, het land en zichzelf.

Zonder te vermoeden dat die woensdag een bijzondere dag was, omdat het onverschillige oog van het lot op een van zijn vrienden was gevallen en er een verandering op til was voor hem en vele duizenden anderen, zat hij op de late ochtend in de koelste kamer van het huis in de wijk Moesrara dat hij van Achmed Khoetsi efendi had gehuurd – voor een fiks bedrag, maar het was dan ook een mooi huis, met een hoge overwelfde entree en een verkwikkende fontein; een zeldzaamheid in die waterarmste bergstad ter wereld. Hij zat op een laag krukje, zijn pijp smaakte hem niet, zijn warme handen hingen tussen zijn in witte broekspijpen gestoken benen en in zijn rood aangelopen gezicht met de rossige gedraaide snor stonden zijn blauwe ogen peinzend, vol twijfel. Was hij gek? Ongetwijfeld! Je moest wel gek zijn om vijf jaar lang voor Secret Service-man te spelen tussen de stenen van deze door alle goede goden verlaten stad; alleen een gek kon zo verstrikt raken in de draden die gespannen waren tussen de Joden en de Arabieren, de Britten en de moslims, de gedoopten van allerlei gezindten – kopten, Abessijnen, protestanten, Grieks-orthodoxen, rooms-katholieken – en de consulaten van alle volkeren, die na de bouw van de toren van Babel waren achtergebleven in een staat van verdeeldheid waarvoor honden- of paardenrassen zich zouden schamen. Waarom had hij verdorie niet al lang gemaakt dat hij hier wegkwam? Weg uit dit spel waarin Engeland zich als beheerder van het mandaatgebied van de Volkenbond had opgeworpen, om vervolgens van alle kanten te worden tegengewerkt? Had hij niet al lang in een veilige, met bomen begroeide kolonie of thuis in South Devon polo moeten spelen, een vrouw moeten zoeken en kindertjes maken, zoals het een man van midden dertig volgens de regels van alle wijzen betaamde? Wat, bij alle goden van het Verre Oosten, weerhield hem ervan een promotie naar het rijk van de grote boeddha te ambiëren, onder de deodars van Simla, wat met zijn staat van dienst toch zeker binnen zijn bereik lag. Hier zat hij, in Jeruzalem, een stad zonder water, zonder bos en zonder vrede, waar tweeënvijftig verschillende naties en sekten elkaar stiekem verachtten – alleen omdat hij zich niet kon losmaken van dit fascinerende stuk kale rots dat tussen de woestijn en de Middellandse Zee de brug van Azië naar Afrika vormde, een van de drie zwaartepunten van de wereld.

Reacties

‘Een unieke blik op het Israël - of Palestina - van de jaren twintig van de vorige eeuw, met alle roerigheid en spanning die er toen al waren. Dat de roman van Zweig bijna honderd jaar oud is, is door de prima vertaling van de Friese Jantsje Post en Lilian Caris bijna onzichtbaar.’ – Friesch Dagblad

'
Wie dit leest zal versteld staan hoe de wereld in dit boek lijkt op het Israël en Palestina van vandaag.’ – Noordhollands Dagblad

'Wie zich een goed beeld wil vormen van het ontstaan van alle ellende in Israël en Palestina kan nu terecht bij een nieuwe vertaling van De Vriendt keert terug van Arnold Zweig. Deze roman uit 1932 geeft een haarscherp beeld van de gevolgen van de in 1917, onder invloed van de zionistische beweging, afgekondigde Balfour-declaratie, die alle Joden een nationaal tehuis in Palestina beloofde.' - Doeke Sijens, Tzum